21 december 2016

Dagjesmens in Noord-Korea

Nog geen 40 kilometer ten noorden van het bruisende Seoul ligt een merkwaardig land. In dat land vind je geen overvolle karaokebars, overdreven belichte winkelstraten of KFC-filialen. Integendeel, het is een land waar men niet vrij kan reizen, waar geregeld hongersnood heerst en waar publieke executies aan de orde van de dag zijn. Ik heb het natuurlijk over de Democratische Volksrepubliek Korea; het land dat al sinds 1948 lijdt onder de strenge dictatuur van de Kim-dynastie.

Ik had verwacht dat ik in Zuid-Korea maar al te veel over deze beruchte volksrepubliek zou horen, maar dat bleek tijdens mijn studietijd verschrikkelijk mee te vallen. Toch is er een plek op het Koreaanse schiereiland waar de pijnlijke scheiding tussen noord en zuid nog altijd zeer duidelijk is: het 250 kilometer lange grensgebied. Dat onbewoonde stuk niemandaland, ook wel de ‘Demilitarized Zone’ genoemd, fungeert als een soort bufferzone tussen de twee kemphanen en is juist om die reden alles behalve demilitarized. Sterker nog, de Koreaanse DMZ is een van de meest gemilitariseerde plekken op aarde.

De broze vrouw barstte in tranen uit en werd door haar kleinzoon terug naar de parkeerplaats gebracht

Als politicologiestudent met een affiniteit voor internationale betrekkingen was dit dus een plek die ik gezien móest hebben. Daarom boekte ik een gespecialiseerde tour en vertrok in een bus naar Noord-Korea. De eerste stop was het oorlogsmuseum van Seoul, een megalomaan gebouw gevuld met oorlogsverhalen, wapentuig en bovenal een royale hoeveelheid propaganda. Na het bezoek begon de sfeer er goed in te zitten. Vlak voor we verder gingen, liep ik nog even over het plein van het museum. Het was gevuld met vlaggen en gedenkstenen ter ere van alle landen die een bijdrage leverden tijdens de burgeroorlog. Bij de Nederlandse vlag werd ik opgewacht door een groep Koreaanse scholieren die maar al te graag met een authentieke Nederlander op de foto wilden. Natuurlijk stemde ik in en al gauw verdronk ik in een vloedgolf van enthousiaste jongens en meisjes. Tijdens het loswurmen kreeg nog even te horen “very handsome” te zijn (uiteraard mooi meegenomen) en werd ik nog uitbundig bedankt voor mijn strijd tegen het communisme. Ik kreeg steeds meer zin om de daadwerkelijke grens te bezoeken.

De volgende stop was Imjingak village; het noordelijkste punt van Zuid-Korea. Hier begon de harde realiteit van de Koreaanse scheiding pas echt impact op mij te maken. Naast een uitkijkplatform en een aantal monumenten vind je hier de Bridge of Freedom, een brug waar na de oorlog onder andere krijgsgevangenen op werden uitgeleverd. Het is een soort bedevaartsoord geworden voor mensen die nog steeds hopen dat beide Korea’s zich zullen herenigen en is daarom volgehangen met lintjes en vlaggen. Mijn oog viel op een stokoud vrouwtje dat samen met haar kleinzoon over het terrein liep. Ze liepen naar een oud treinwrak dat ooit tussen Pyongyang en Seoul reed, waar ze hand in hand naar het Noorden staarden. Op een goed moment barstte de broze vrouw in tranen uit en werd ze door haar kleinzoon terug naar de parkeerplaats gebracht. Had zij misschien familie in het noorden? Of kwam ze er zelf vandaan? Ik durfde het niet te vragen.

Mijn toer ging verder. Luisterend naar Lonesome Train van Bob Marley & the Wailers, verliet ik Zuid-Korea. “Little train, coming from a lonesome track. I’m gonna take it and I won’t be coming back”, ruisde door mijn oren. Na de grenspoortjes gepasseerd te zijn was alles anders. We reden op een smalle weg die volgens onze gids elk moment door dynamietstaven kon worden opgeblazen, mocht het noorden besluiten het gebied binnen te trekken. Ook de woestenij om ons heen was volgens haar gevuld met een ontelbaar aantal landmijnen. We waren op weg naar de Joint Security Area, de enige plek in de bufferzone waar Noord- en Zuid-Koreaanse militairen tegenover elkaar staan, vaak gebruikt voor onderhandelingen tussen de twee landen.

Noord-Korea heeft qua interieur erg veel weg van de lokaaltjes in de BelleVUe

Een hoop militaire controleposten en een informatieve/propaganda-achtige presentatie later kwamen we eindelijk bij de beruchte JSA aan. In rijen werden we geëscorteerd naar de daadwerkelijke conferentieruimtes. Ze zagen eruit als uitvergrote blauwe monopolyhuisjes en staan precies tussen twee intimiderende gebouwen, een van de Republiek van Korea en de ander van de Democratische Volksrepubliek Korea. Even begaf ik mij in een surrealistisch scenario, een reliek uit de koude oorlog. Daar stond ik dan, oog in oog met Noord-Koreaanse soldaten. Ik keek ze aan; jongens van ongeveer mijn leeftijd met ingevallen wangen en een ijzerstrenge blik. We kenden elkaar niet en toch waren we vijanden.  Niet omdat we dat zelf beslist hebben, maar omdat anderen dit voor ons hadden bepaald.

Samen met de andere bezoekers mocht ik vier minuten lang een van de conferentiegebouwen binnen, en dus een stap wagen op Noord-Koreaans grondgebied. Wat blijkt? Noord-Korea heeft qua interieur erg veel weg van de lokaaltjes in de BelleVUe.

Hoewel ik van tevoren wel verwacht had dat het een bijzondere trip zou worden, was mijn vier minuten durende bezoek aan Noord-Korea daadwerkelijk een onvergetelijke ervaring. Onderweg naar huis bleef ik maar denken aan mijn verscheurde gastland. Ik dacht aan de vrouw uit Imjingak, de jonge Noord-Koreaanse soldaat van de JSA en al mijn Koreaanse vrienden. Ooit waren zij één volk, nu verdeeld. Maar of ze het nu willen of niet, ze zullen voor altijd met elkaar verbonden zijn. Het kan bovendien toch geen toeval zijn dat de Koreaanse tijger, het nationale dier, het meest voorkomt in de bufferzonde tussen Noord en Zuid? 

hits 4

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.