01 mei 2020

Coronaneologismen

reacties 0

De coronacrisis zorgt voor interessante nieuwe woorden. Ik vind het leuk om te zien hoe de samenleving creatief omgaat met woorden geven aan de nieuwe situatie. Een aantal van mijn favoriete neologismen heb ik al verzameld. Voorbeelden zijn: coronakapsel (je hebt uiteindelijk je moeder maar gevraagd om de schaar erin te zetten), coronakilo (na twee dagen heb je het hardlopen al opgegeven), raambezoek (opa en oma snappen nog steeds niet hoe beeldbellen werkt), hoestschaamte (hoest inhouden tot niemand je kan zien), balkoningsdag (het feest dat we afgelopen maandag vierden vanuit onze tuin, balkon of open raam), beeldborrelen (via Zoom de donderdagmiddagborrel toch door laten gaan), coronahufters (de Nederlandse versie van ‘covidiots’), en last but not least: hamsterschaamte (je hebt toch gewoon wc-papier nodig?).

Deze nieuwe woorden inspireerden mijn broer en mij om nog 24 nieuwe woorden te bedenken.

1. Coronafissa: tickets kosten 390 euro maar dan krijg je wel een gratis strafblad.
2. Balkonbon: wat in studentenflats wordt uitgedeeld omdat de overheid vindt dat huisgenoten ook anderhalve meter afstand moeten houden (wat onmogelijk is).
3. Coronaoutfit: de pyjama die je al 3 weken draagt, ook tijdens online colleges.
4. Corona-aroma: waarom zou je nog douchen als je toch de deur niet uitgaat?
5. Coronajagers: mensen die er op uit zijn om het virus te krijgen; dicht langs je lopen, in de supermarkt over je heen buigen, in hun ogen wrijven en vingers aflikken in publieke ruimten.
6. Covidstrooiers: mensen die ontkennen ziek te zijn, ondanks de gemene kuch, en lekker naar buiten gaan.
7. Coronaoptimisten: mensen die de anderhalvemetersamenleving wel best vinden, genieten van thuiswerken, telkens noemen hoe blij ze zijn dat ze niet meer de deur uit hoeven.
8. Coronaopportunisten: mensen die het op de een of andere manier weer voor elkaar krijgen om geld te verdienen aan de coronacrisis.
9. Anderhalvemeterbetweter: iemand die op 3 meter afstand schreeuwt dat je bij hen uit de buurt moet blijven.
10. Anderhalvemetervergeter: tegenovergestelde van anderhalvemeterbetweter; iemand die lekker dicht op je komt staan.
11. Lock-downsmokkelaars: bv: afhaalrestaurants die wel zit-voorziening bieden en dus eigenlijk gewoon een horecagelegenheid zijn, alleen word je niet geserveerd.
12. Lock-downtown: verlaten straten en gesloten winkels.
13. Post-pandemie-economie: de economische wederopbouw die we na al deze ellende nog moeten doorstaan.
14. Corona-ontkenners: “Het is toch gewoon een griepvirus. Influenza heeft meer doden per jaar.”
15. Corona-arena: de supermarkt tijdens spitsuur.
16. Quarantainediscipline: de wilskracht om binnen te blijven.
17. Nazi-isolatie: boos zijn op de overheid dat Pinkpop niet doorgaat; je situatie vergelijken met de Tweede Wereldoorlog.
18. Festivaldiefstal: “Ze pakken míjn festivals af!”
19. Isolatiefrustratie: “Laat dit alsjeblieft snel voorbij gaan.”
20. Toiletpapierkoerier: de drugsdealer onder de illegale wc-papierhandel.
21. Isolatiediscriminatie: “Als ze gewoon alle Boomers opsluiten, kan ik weer lekker uitgaan.”
22. Isolatie-evaluatie: ’s avonds erachter komen dat je niets hebt gedaan met je dag.
23. Isolatierelatie: lastig.
24. Isolatieacceptatie: de laatste fase, een catatonische stand waarbij je bijna alles op Netflix hebt gezien.

{ Lees de 0  reacties }

hits 198

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.