26 augustus 2016

Annyeonghaseyo! (Gegroet!)

reacties 1

Normaal slaap ik altijd heerlijk in het vliegtuig. Ongeacht de uiterst oncomfortabele lichaamshoudingen waar ik, als tamelijk lange jongeman, onder gebukt ga, lukt het mij keer op keer om minstens tachtig procent van mijn vlucht in een diepe slaap door te brengen. Dit keer was het anders. Na maanden van tergende selectieprocedures, worstelpartijen met examencommissies en overige administratieve rompslomp was het eindelijk zo ver: ik ging studeren in het buitenland. Terwijl duizenden kilometers onder mijn voeten voorbij vlogen voelde ik de turbulente mengelmoes van gevoelens, die zich in de aanloop van mijn reis had opgestapeld, alsmaar sterker worden. Naar eigen zeggen had ik mij goed ingelezen. Toch leek mijn indrukwekkende verzameling aan willekeurige feitjes betreffende mijn gastland nu totaal abstract. Ik realiseerde me dat ik geen idee had wat ik moest verwachten en vroeg mij vervolgens af of ik überhaupt wel verwachtingen wilde hebben.

Mijn Russische buurman leek minder onder de indruk te zijn van zijn vlucht en goot op nonchalante wijze het ene na het andere flesje wodka in zijn slokdarm. Een vriendelijke man. Helaas maakten de taalbarrière (zeg gerust ijzer gordijn) en zijn desinteresse in mijn Nederlandse studentenleven het lastig om mijn enthousiasme aan hem over te brengen. Hij leek enkel geïnteresseerd in het Olympische tafeltennistoernooi waar hij zich de gehele reis mee wist te vermaken. Op het schermpje voor mij werd alsmaar duidelijker dat ik steeds dichterbij mijn bestemming kwam: Wenen maakte plaats voor Baku, dit werd Islamabad, dat zich vervolgens inruilde voor Peking. Het ene oord nog exotischer dan het ander. Mijn slapeloze reis kwam ten einde en daar - dit keer niet op een scherm maar vanuit het vliegtuigraampje - zag ik eindelijk mijn nieuwe thuis. Ik was aangekomen in Seoul, Zuid-Korea.

Op straat staan aquaria gevuld met absurd uitziende zeewezens

Een kleine week verder ben ik zeker nog niet over mijn cultuurshock heen. Sterker nog, die groeit met de dag. Het semester is nog niet begonnen, dus gelukkig heb ik de tijd om aan mijn nieuwe omgeving te wennen en deze rustig te verkennen. Seoul is extreem schoon en toch zie ik nauwelijks vuilnisbakken. Wel staan de straten vol met aquaria gevuld met allerlei absurd uitziende zeewezens, waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden. De Koreanen zelf zijn uiterst beleefd en vriendelijk (alhoewel dit dagelijks resulteert in verschrikkelijk ongemakkelijke buigsessies). Ook aanschouw ik veelal een duidelijke polarisatie onder Koreaanse omaatjes. De ene helft kijkt mij aan alsof ik urenlang in hondendrollen heb gebadderd, terwijl anderen mij vriendelijk welkom heten in hun land en een gesprekje in het Koreaans of gebroken Engels proberen aan te knopen. Zoals veel miljoenensteden is de ruimte schaars in Seoul. Daarom verblijf ik in een zogenaamde ‘Goshiwon’, letterlijk een ‘dooskamertje’: een gezellig hokje van 2 bij 3 meter met daarin een bed zo hard als steen. Precies wat je wilt als je van een jetlag probeert af te komen. Ondanks al deze nieuwe prikkels vind ik het nog allemaal geweldig en trotseer ik de straten van Seoul met een glimlach waar Churandy Martina u tegen zegt.

{ Lees de  reacties }

hits 9
Door Pien de Graaf op 26 augustus 2016

Wauw Lasse, wat is dit leuk om te lezen! Leuk om je op deze manier te volgen, en wat schrijf je goed.
Veel plezier. Liefs. Pien

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.