Niet besteld

07 mei 2018

Niet besteld

Met een vriendin zit ik vlakbij het Leidseplein in een ramentent. Naast ons zitten aan een vierpersoonstafeltje vier mannen van een jaar of vijftig die Engels tegen elkaar spreken. Ze zijn aangeschoten. Ze bestellen drie flessen wijn in één keer en maken een racistische opmerking tegen het meisje dat hen de wijn komt brengen. Het meisje rolt met haar ogen en loopt weg. Ik zie dat ze iets tegen een collega fluistert. 

De vriendin gaat naar de wc. Een serveerder komt naast onze tafel staan met twee biertjes op zijn dienblad. “Die heb ik niet besteld”, zeg ik. “Nee”, zegt hij zachtjes, “die krijgen jullie van hen.” Hij knikt met zijn hoofd richting de groep mannen. Die zijn voor het eerst deze avond stil en stoten elkaar aan.
“O”, zeg ik, “eh -”
De serveerder zet de biertjes neer. Ik geloof dat hij verontschuldigend kijkt. Ik voel de blikken van de mannen naast me. Ik ben me opeens heel erg bewust van mijn trui met V-hals, maar vind dat ook meteen een stomme gedachte. Ik kleed me hoe ik me wil kleden. Toch trek ik hem voorzichtig een beetje omhoog.
Mijn vriendin komt terug. Ze neemt een slok van het biertje.
“Hebben we van hen gekregen”, fluister ik.
“Shit”, zegt ze.
De mannen grijnzen naar ons, maken een proostgebaar. Een van de mannen staat zwalkend op en schuift zijn stoel bij onze tafel aan. Hij komt heel dicht bij me zitten. Hij ruikt zoals mensen die wijn hebben gedronken soms kunnen ruiken: zuur, naar braaksel, onheilspellend.
“You liked the beer?” vraagt hij. Ik weiger te antwoorden, mijn vriendin glimlacht en zegt: “Sure.”
“Why are beautiful girls like you eating all alone?” vraagt hij met dubbele tong.
“My boyfriend’s coming’, zeg ik, ik voel me meteen stom dat ik dat zeg. Ik zeg het omdat ik wil dat de man weggaat, maar had hem eigenlijk willen negeren.
Terwijl mijn vriendin aanhoort over de belangrijke beurs waarvoor hij naar Nederland kwam (ze knikt af en toe, kijkt hem zo min mogelijk aan), sms ik al mijn vrienden van wie ik ook maar het idee heb dat ze in de buurt zouden kunnen zijn, dat ik in die ene ramentent bij Leidseplein zit en wordt lastiggevallen. ‘Geen zorgen’, zeg ik erbij, ‘geloof ik.’

'Zo'n onzin', zeg ik na een stilte, 'het gaat niet om wat wíj wel of niet doen'

Opeens pakt de man mijn hand en begint die te kussen. Zijn vrienden maken bemoedigende geluiden vanaf het tafeltje naast ons. Zijn lippen zijn nat. Hij gaat van mijn hand naar mijn onderarm. “Please don’t”, zeg ik, maar hij luistert niet, ik probeer mijn hand terug te trekken, maar hij laat het niet toe. Hij probeert ook de hand van mijn vriendin te pakken. Ergens in dat proces schuift hij zijn stoel naar achteren, een halfvolle fles wijn die nog op hun tafel stond stoot hij omver. Zijn vrienden springen scheldend op. Hij laat mijn hand los, wendt zich tot hun tafel. “We gaan”, sis ik naar mijn vriendin, nog nooit zo snel heb ik mijn jas gepakt.

In een café verderop evalueren we aan de bar wat er net is gebeurd. We zijn beiden nogal mondig, assertief en identificeren ons als feminist. Toch gebeurt dit soort dingen ons regelmatig. We sommen op wat we daaraan kunnen doen: geen drankjes aannemen, geen V-hals dragen, geen oogcontact maken, geen antwoord geven, niet glimlachen, grens aangeven, om hulp vragen, niet alleen naar huis fietsen. “Zo’n onzin”, zeg ik na een stilte, “het gaat niet om wat wij wel of niet doen.”
Mijn vriendin zucht. “Ik weet het”, zegt ze.

Ik zet mijn vriendin af bij de dichtstbijzijnde tramhalte. “Sms me als je thuis bent!” zeg ik. “Jij ook”, zegt ze. Het is donker en mijn snelste route is door het Vondelpark. Ik bel mijn vriendje. Vraag of hij in de buurt is, of hij mee kan fietsen.  

hits 951

{ Lees de 1 reactie }

Ja, eikels bestaan en het is niet leuk om ze tegen te komen. Ik mis echter een beetje een punt in dit verhaal.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.