Fietsflaneren

03 juli 2018

Fietsflaneren

Ik slenter met mijn fiets door Amsterdam. Zonder doel, zonder richting. In Valse papieren schrijft Valeria Luiselli over de fietsflaneur: ‘Wie op een halve meter van de grond zweeft, kan zijn omgeving zien als door een filmcamera: hij heeft de mogelijkheid stil te staan bij details en de snelheid om voorbij te gaan aan het overbodige.’ Ik ben kortstondig bevrijd van vergaderingen en cursusdossiers. Denken doe ik buiten de universiteit.

Ik ben als het personage uit Heinrich Bölls De meningen van een clown dat momenten verzamelt. In de zijspiegel van een auto vang ik de details op van een man. Hij heeft een bol hoofd, vissenogen en peutert in zijn neus. Mijn ogen stellen scherp op de bus die mij rakelings passeert. Een opgewekt meisje mikt een propje in de capuchon van een nietsvermoedende stoere jongen die voor haar zit. Daarachter leunt een aanbiddelijk mooie vrouw tegen een gebouw. Ze heeft haar ogen gesloten. Het spaarzame zonlicht valt precies op haar gezicht. Ik sluit ook een tiental seconden mijn ogen en mis ternauwernood een auto. Het doet mijn hart sneller kloppen.

Denken doe ik buiten de universiteit

De wind neemt me mee naar andere plekken. Ik rijd bijna drie toeristen van hun sokken en maak ze uit voor rotte vis. Ik beeld me in dat de toeristen thuis vertellen dat Amsterdam een doldwaze fietsstad is, dat een bebaarde man ze bijna aanreed terwijl hij Nederlandse klanken produceerde, met –sch en –ggg, dat het ze deed denken aan het  woord achtentachtig, dat ze als achendentachenden uitspraken, en ze moesten hard lachen.

Ik leg mijn fiets aan banden en toon een deur mijn pasje. Ik lees over conceptroosters en evaluaties. Maar denken vereist ruimte. De universiteit is vermoedelijk nooit een plek geweest waar ruime geesten lurkend aan een pijp scherpe, inhoudelijke discussies met elkaar voeren. Bij de printer spreekt een Nederlandse hoogleraar mij in het Engels aan. Ik overdrijf mijn Nederlandse –sch’s en –ggg’s. De hoogleraar volhardt in het Engels, tot tweemaal toe.

Op mijn bureau tikt een Albert Einstein-pop eindeloos op zijn voorhoofd. Ik kijk naar buiten, zie het groen dansen en raak vervuld van weemoed.

hits 527

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.