Het merendeel van de studenten kan helemaal geen verdieping aan
‘Studenten hekelen zesjescultuur onder docenten’, kopte Ad Valvas vorige week. Maar docenten verafschuwen juist de zesjescultuur, aldus docent Mathijs Bergman.
13 januari 2010
De instelling waarmee Fenneke Blom en Lizeth Sloot studeren, kan ik als docent zeer waarderen, maar ik moet ook constateren dat de meeste bachelorstudenten deze studiehouding niet delen. Waar Blom en Sloot aangeven hoge verwachtingen te hebben van de universiteit, spreekt een groot deel eerste- en tweedejaars bachelorstudenten nog regelmatig over “school” en beklaagt zich over opdrachten waarvoor meer dan het studieboek moet worden opengeslagen. Ook worden vakken die de volle veertig studie-uren per week vergen, al snel als “te veeleisend” betiteld. Dat ouderejaars het advies geven om voor bepaalde vakken vooral geen boeken te kopen omdat je aan de collegesheets genoeg zou hebben om het tentamen te halen, bevestigt de indruk die docenten regelmatig hebben: de meeste studenten leren om een tentamen te halen en niet uit intrinsieke leergierigheid.
Docenten aan een universiteit hebben naast onderwijs ook onderzoekstaken en andere verplichtingen. Zij moeten hun beschikbare tijd dus zo goed mogelijk verdelen. Hierdoor balanceren docenten bij het ontwerpen en geven van onderwijs constant tussen de economische haalbaarheid (hoeveel tijd kan ik besteden aan onderwijs?) en het gewenste studierendement (hoe zorg ik er voor dat zoveel mogelijk studenten de stof voldoende beheersen?). In het huidige onderwijsfinancieringsmodel ontvangt een afdeling voor het geven van onderwijs een bepaald bedrag per behaald studiepunt. Dit noodzaakt docenten hun onderwijs zo in te richten dat een groot deel van de studenten voor een vak slaagt. Om dan tóch op het gewenste kennisniveau te kunnen tentamineren, kiezen docenten er begrijpelijkerwijs voor om in hun colleges de kernstof uit de studieboeken te behandelen en het aantal “uitstapjes” te beperken. Uit een alternatief financieringsmodel, waarin een afdeling een bedrag krijgt per onderwezen EC (studiepunt) en slechts een kleine bonus per behaald studiepunt, zou meer waardering voor het onderwijs spreken. Daarnaast biedt een dergelijk model meer financiële ruimte voor het grote aantal docenten dat wel uitdagender en kleinschaliger onderwijs wil geven, maar dat nu niet kan.
Alle docenten die ik ken, verafschuwen de zesjescultuur en hebben wel degelijk een duidelijke standaard waaraan studenten moeten voldoen om te slagen. Ook vinden zij dat studenten uitdagend onderwijs met verdieping zouden moeten krijgen. Maar net als ik vinden zij dat het merendeel van de studenten met hun huidige studiehouding die verdieping nog helemaal niet aan kan. Docenten zijn best bereid om uitdagend en verdiepend onderwijs te ontwerpen, maar zien pas het nut in van die investering, wanneer studenten de belangrijkste voorwaarde voor het behalen van verdieping óók als uitdaging zien: het zich eigen maken van de benodigde basiskennis.
Voor bachelorstudenten die uitdaging zoeken en deze niet vinden in hun reguliere studie, is er het VU-honoursprogramma. Dit studieprogramma is toegankelijk voor alle getalenteerde en gemotiveerde studenten, die gemiddeld (slechts!) een 7,0 of hoger staan voor hun vakken na het eerste studiejaar. Het aantal deelnemende studenten blijft echter teleurstellend achter bij het streefpercentage van tien procent. Wanneer er inderdaad zoveel bachelorstudenten rondlopen die verdieping willen, raad ik al deze studenten van harte aan zich in te schrijven voor het VU-honoursprogamma!
Mijn reactie doet misschien vermoeden dat ik niet blij ben met het opiniestuk van studenten Blom en Sloot. Het tegendeel is waar. Docenten dienen inderdaad kritisch te kijken naar hun eigen onderwijs, want onderwijs kan altijd beter. Ik wil echter ook studenten vragen om kritisch te kijken naar de instelling waarmee zij het aangeboden onderwijs volgen. Studenten hebben recht op inspirerende docenten, maar diezelfde docenten hebben even zoveel recht op intrinsiek gemotiveerde studenten! Pas dan zal de maximale opbrengst gehaald kunnen worden uit de community of learners zoals die wordt beoogd in de onderwijsvisie van de VU.
Mathijs Bergman is docent, sectie Moleculaire Microbiologie, faculteit Aard- en Levenswetenschappen.
 |