'Promotieonderzoek naar ontwikkelingshulp zwaar onder niveau'
4 december - Hoogleraar Ontwikkelingseconomie Jan Willem Gunning protesteerde samen met drie andere hoogleraren tegen de promotie van Wiet Janssen aan de Universiteit Twente. Zijn onderzoek vinden ze zwaar onder niveau.
Wiet Janssen promoveerde donderdag 4 december op een onderzoek waaruit blijkt dat ontwikkelingshulp niet of zelfs averechts werkt. Wat heeft u hierop tegen?
“Zijn proefschrift is onwetenschappelijk. Hij heeft heel weinig eigen onderzoek gedaan, voor het grootste deel bestaat het uit een samenvatting van de wetenschappelijke literatuur. Bij de faculteit Economie zou dit niet eens als masterscriptie geaccepteerd worden. Die literatuur heeft hij ook nog heel partijdig bekeken, hij heeft die doorzocht op informatie die zijn eigen conclusie steunt. Ander werk dat het tegendeel bewijst, heeft hij weggelaten. Daar is hij door iemand uit de promotiecommissie ook op aangesproken.
Janssen heeft ook op een verkeerde manier een managementmodel op ontwikkelingshulp toegepast. De bedenker van dat model zat ook in de commissie en die zei dat als Janssen het model wel goed gebruikt had, hij tot andere conclusies was gekomen.”
Jullie worden op website Geen Stijl linkse wereldverbeteraars genoemd die geen kritiek op ontwikkelingshulp kunnen velen.
“Ik val uit mijn stoel. Integendeel, ik ben het met een aantal conclusies van Janssen eens. Het gaat mij hier niet over het beleidsdebat, zelf heb ik ook kritische stukken over dit onderwerp geschreven. Ik ben er erg voor om de effecten van ontwikkelingshulp te meten. Als hij dit op een opiniepagina van een krant had geschreven, was dit prima geweest. Maar het gaat hier om een proefschrift dat aan wetenschappelijke eisen moet voldoen. Ik heb trouwens met verbazing Geen Stijl bekeken. Dat kende ik niet, zo naïef ben ik. Het is een soort riool wat daar bovenkomt. Het onderwerp had 150 reacties, blijkbaar hebben die mensen niets beters te doen.”
Hoogleraar Eric Smaling van Wageningen Universiteit heeft bij de promotie vanaf de publieke tribune gezegd dat het proefschrift nooit in deze vorm had mogen verschijnen. Is dat niet heel ongebruikelijk?
“Wij hebben vorige week een brief naar de promotor en co-promotor van Wiet Janssen gestuurd. Niet om zijn promotie te stoppen, maar om bezwaar te maken. Zij hebben de zaak keurig behandeld. We hebben een brief teruggekregen waarin de rector één van ons uitnodigde om vanuit de zaal de oppositie te voeren.”
In een bericht in de Volkskrant wordt gesuggereerd dat het de Twentse vakgroep om de bonus gaat die elke universiteit voor een promotie krijgt.
“Het is kwalijk om dat te suggereren. Ik ken de motivatie van de promotoren niet, dit is onder de gordel. Het is wel een mogelijkheid om hieraan te verdienen. Een afdeling krijgt voor elke promotie een bonus. Deze man is een buitenpromovendus, dat zijn mensen die geen aanstelling aan de universiteit hebben. Een gewone promovendus kost veel meer tijd aan begeleiding dan de bonus oplevert. Iemand van buiten neemt geen ruimte in en wordt vaak minder intensief begeleid. Dan kan de bonus aantrekkelijk zijn.”
Waarom maakt u zich hier eigenlijk druk over?
“De lat voor een proefschrift ligt voor promovendi tegenwoordig heel erg hoog, promoveren is erg zwaar. Het is storend wanneer een buitenpromovendus met een slap stukje doctor kan worden. De maatstaf moet voor alle proefschriften hetzelfde zijn. Anders is het niet eerlijk.”
Dus hier aan de VU wordt nooit iemand met de hakken over de sloot doctor?
“Heel erg zelden. Ik heb honderden proefschriften gezien en slechts een paar daarvan waren niet zo sterk. Dan is de discussie of het om een vijf of een 6- gaat. Maar dit werk plaats ik daar ver onder.” (FB)
 |