www.advalvas.vu.nl
  >  ad valvas nummer 30
Bezwaarbrief tegen promotie Wiet Janssen PDF Print E-mail
Favoriten Twitter Facebook Myspace Hyves

De brief die 30 november 2009 naar de Universiteit Twente is gestuurd

Geachte collega's,

Met grote verbazing en zorg hebben wij - vier hoogleraren op het terrein van de ontwikkelingsstudies en ontwikkelingssamenwerking aan vier Nederlandse universiteiten - deze week kennis genomen van de dissertatie van Wiet Janssen, die deze a.s. donderdag zal verdedigen.

Wij achten deze dissertatie van een bedenkelijke kwaliteit onder andere om de volgende redenen:

1. De dissertatie is niet gebaseerd op origineel onderzoek, maar voor het overgrote deel op de bestudering van secundair bronnenmateriaal.

2. De negatieve conclusies over de resultaten van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zijn louter gebaseerd op een zestal onderzoeken van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Onduidelijk is waarom net deze zes evaluaties zijn gekozen (van de meer dan 300 die de Inspectie heeft verricht). De promovendus analyseert ook in het geheel niet de onvergelijkbaarheid van deze evaluaties (hij onderkent bijvoorbeeld niet dat de kritiek in één van de evaluaties niet gericht is op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maar op dat van Financiën).

3. De promovendus citeert uit deze evaluaties alleen de negatieve conclusies en noemt niet de positieve bevindingen, zoals hij ook andere gebruikte wetenschappelijke literatuur veelal ongenuanceerd weergeeft.

4. Pas in hoofdstuk 4 komt de promovendus met een - uiterst summier en onduidelijk - overzicht van de gebruikte methodologie. Hij presenteert vervolgens een organisatiemodel, dat niet kritisch ter discussie wordt gesteld vanuit de vakliteratuur op managementgebied, laat staan vanuit de wetenschappelijke discussie over ontwikkelingsorganisaties, die ook geheel in zijn literatuurlijst ontbreekt.

5. Die methodologie is opgehangen in een willekeurig ogende figuur (5.2) die in de volgende hoofdstukken leidt tot een ware kruistocht, waarvan geenszins duidelijk is of deze gebaseerd is op de gehouden interviews, documentanalyse of andere methodes. 6. Het leidt tot een hele serie negatieve opmerkingen en regelrechte beschuldigingen (van onethisch gedrag door adviesbureau's) in de hoofdstukken 8 en 9, waarvan op geen moment duidelijk wordt of deze gebaseerd zijn op enigerlei vorm van onderzoek. Wij houden het er op dat het de eigen (sterke) meningen van de promovendus zijn.

U begrijpt dat naar onze mening een dergelijk proefschrift, dat bovendien geschreven is in krakkemikkig Engels, niet toegelaten zou mogen worden tot promotie. De promovendus, en dat vinden wij zeer zorgelijk, gebruikt het 'wetenschappelijke' platform bovendien zeer nadrukkelijk om allerlei ongefundeerde, niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde meningen te ventileren in de Nederlandse pers.

Wij zijn gaarne bereid bovenstaande conclusies ten aanzien van dit proefschrift verder toe te lichten.

Hopende op een spoedige reactie uwerzijds, met vriendelijke groeten,

Prof. dr. Paul Hoebink (Radboud Universiteit Nijmegen)

Prof. dr. Jan Willem Gunning (Vrije Universiteit Amsterdam)

Prof. dr. Eric Smaling (Wageningen Universiteit en Researchcentrum en ITC Enschede)

Prof. dr. Rob Visser (Rijksuniversiteit Utrecht)

Hits: 2587
Commentaar (0)Add Comment

Schrijf commentaar

busy