OPINIE
THOMAS SPIJKERBOER, HOOGLERAAR MIGRATIERECHT 18 november 2009
Nederland mag niet wegkijken van dode migranten
Door intensieve bewaking van de Europese zuidgrens sterven meer migranten. Europa moet z’n minst onderzoeken hoe het aantal doden kan worden beperkt. Dat vindt VU-hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer.
Sinds begin jaren negentig voeren de Europese landen een gemeenschappelijk migratiebeleid. Een cruciaal onderdeel daarvan was de poging om migranten weg te houden bij hun grens. Er werd een visumplicht voor vrijwel alle arme landen ingesteld. En door een boetesysteem werden luchtvaartmaatschappijen bewogen om mensen zonder visum niet aan boord te laten. Op de korte routes over zee wordt steeds intensiever gepatrouilleerd. Die patrouille wordt sinds een paar jaar gecoördineerd door het Europese agentschap Frontex. Deze intensievere grensbewaking heeft een niet-beoogd gevolg: een stijgend aantal slachtoffers. Als veilige routes worden afgesneden, is het gevolg niet dat mensen thuisblijven maar dat zij gevaarlijker routes nemen. Er vallen dan ook steeds meer doden. Is Europa verantwoordelijk voor dit neveneffect? Het korte antwoord is: dat is moeilijk te zeggen omdat Europa stelselmatig de andere kant op kijkt.
Allereerst moet worden vastgesteld dat de landen aan de Middellandse Zee weliswaar het vuile werk opknappen, maar dat landen op veilige afstand, zoals Nederland, evenveel verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van het Europese beleid. Sinds de bewaking aan de Europese binnengrenzen werd afgeschaft, is er aan de buitengrenzen sprake van gezamenlijke bewaking. Op de Middellandse Zee wordt dus ook de Nederlandse grens bewaakt, op basis van beleid dat mede door Nederland wordt gemaakt, met behulp van Frontex dat mede door Nederland wordt gefinancierd. De zuidelijke EU-staten knappen het vuile werk op, maar de andere staten zijn ten volle medeverantwoordelijk.
Europese landen moeten drie dingen doen. Ten eerste moeten zij de enorme technische en financiële middelen die worden ingezet om migratie te bestrijden, ook gebruiken om slachtoffers te identificeren. Ten tweede moeten zij betrouwbare gegevens verzamelen over het aantal lijken dat aanspoelt. En ten derde moeten zij zich afvragen of er een verband is tussen Europees beleid en het aantal doden, en zo ja, bekijken of het beter kan.
Gezien de drama’s die zich dagelijks aan onze grenzen afspelen, is dit een bescheiden conclusie. Anders dan Europese politici doen voorkomen, is strengere grensbewaking geen onderdeel van de oplossing voor de grensdoden, maar onderdeel van het probleem. Als er elke dag doden vallen, en als dat mogelijk met beleid te maken heeft, mag je niet wegkijken.
De cijfers
Het aantal doden als gevolg van het Europese grensbeleid is de laatste vijftien jaar gestegen, volgens cijfers uit verschillende Europese media, verzameld door de ngo United Against Racism. Het gaat om slachtoffers als gevolg van onder meer grensbewaking en uitzettingen. Tot eind jaren negentig vielen er niet meer dan 500 doden per jaar. Daarna steeg het aantal tot meer dan 2.000 doden in 2007. In 2008 daalde dodenaantal tot de helft. Maar dit jaar lijken er weer meer slachtoffers te vallen. Op 6 mei waren het er al meer dan duizend.
Een langere versie van dit opiniestuk is gepubliceerd in NRC Handelsblad op 10 november
 |