OPINIE
Koester de promovendi
Het belang van promovendi voor de universiteit wordt onderschat, aldus ondernemingsraadsleden Sadiah Boonstra en Ronald Kroeze. Samen met het ProVU-bestuur overhandigden zij een notitie met die strekking aan het college van bestuur.
Kwantitatief gezien draait de Nederlandse wetenschap op jong talent: 51,3 procent van het wetenschappelijke personeel is jonger dan 35 jaar. En eenderde van het wp-bestand is promovendus, zowel landelijk als aan de VU. Volgens de functieomschrijving van de VSNU zijn zij vooral bezig met onderzoeksuitvoering, planning en begeleiding. Daarnaast verzorgen bijna alle promovendi ook onderwijs, soms meer dan twee dagen per week. Kwantitatief vormen promovendi dus een cruciale schakel in het primaire takenpakket van de universiteit. Ook de kwalitatieve bijdragen van promovendi zijn aanzienlijk. Ze dragen actief bij aan commerciële en maatschappelijke valorisatie doordat ze onderzoek voor derden verrichten en regelmatig in de media verschijnen met interviews en opiniestukken die zijn geïnspireerd op hun academische werk. Ook geven promovendi lezingen, organiseren ze workshops en seminars, schrijven ze reviews en zijn ze actief in vertegenwoordigende organen als OR. Uit een onlangs door ProVU (de belangenorganisatie voor promovendi en postdocs van VU en VUmc) gehouden enquête blijkt dat 57 procent van de promovendi bezig is met dergelijke activiteiten.
De promovendus als professional
Ondanks dit uitgebreide takenpakket blijken Nederlandse promovendi verhoudingsgewijs snel te promoveren. Zo haalt in het door onderwijskundigen bewierookte Amerikaanse stelsel maar 57 procent van de promovendi binnen 10 jaar hun titel, terwijl dat aan de VU binnen 7 jaar al 59 procent is. Nederlandse promovendi nemen hun baan dan ook zeer serieus. Geen wonder, want het is een categorie jonge, hoogopgeleide professionals die in bedrijfsleven en overheid worden binnengehaald als high potentials. Wie daarbij in ogenschouw neemt dat het hoogste salaris van promovendi (€ 2612 in het vierde jaar) lager is dan het startsalaris (€ 2632) van een WO-er, beseft dat promoveren voor velen een weloverwogen carrièrekeuze is om zichzelf, de wetenschap en de universiteit te ontwikkelen. Promovendi mogen daarom verwachtingen hebben van de universitaire organisatie, die verder gaan dan afspraken over begeleiding van het proefschrift. Het aanbod van de graduate schools en landelijke onderzoeksscholen moet op elkaar worden afgestemd, en de promovendus moet onderwijs kunnen volgen dat gerenommeerde certificaten oplevert. Dit is des te belangrijker omdat slechts voor een klein percentage promovendi plaats is aan de universiteit. De rest moet dus aantrekkelijk blijven voor de (internationale) niet-universitaire arbeidsmarkt. De universiteit moet bovendien tijdig duidelijkheid geven over wie men wil houden en wie elders een baan moet zoeken. De VU kan in dit opzicht een voortrekkersrol vervullen en zo haar (internationale) aantrekkingskracht op promovendi verbeteren. ProVU levert hier graag een bijdrage aan!
Ronald Kroeze en Sadiah Boonstra zijn promovendi en voor ProVU actief in de OR
29 november 2011
 |