OPINIE
Wat is er aan de hand in de Arabische wereld?
Revolutie in Tunesië, opstand in Egypte, rellen in Jemen, demonstraties in Jordanië. De uitkomsten van deze omwentelingen zullen waarschijnlijk niet binnen de Westerse ideaalplaatjes vallen, denkt antropoloog Erik van Ommering.
Wat we zien is een breed gedragen verzet tegen gevestigde politieke machtsblokken die zich al decennia concentreren rond een of enkele personen. Zo zat Ben Ali 24 jaar in het presidentiële zadel van Tunesië en houdt Mubarak al sinds 1981 de touwtjes in handen in Egypte. Ondanks het feit dat elk van de genoemde landen als democratie te boek staat, zijn oppositiepartijen doorgaans verboden, onafhankelijke media monddood gemaakt, en brengen critici meer tijd door in de bak of het buitenland dan in het parlement.
De geschiedenis leert echter dat elk repressief regime een verloopdatum kent: een moment waarop de druk van onderop groter wordt dan veiligheidsdiensten, censuur, en intimidatie kunnen behappen. De Tunesiërs lieten gedurende de afgelopen weken zien hoe een revolutie er volgens het boekje uitziet: massaal de straat op en niet tevreden met vlugge concessies. Natuurlijk valt het te bezien wat er van de gemaakte beloftes terecht komt: zoals het een goed dictator betaamt, heeft Ben Ali er voor gezorgd dat er nauwelijks capabele landsbestuurders meer voorhanden zijn. Voor Tunesië liggen er dus spannende tijden in het verschiet.
Sociale media gaven laatste duwtje
Datzelfde geldt onder meer voor Egypte, Jordanië, en Jemen, al is hier de horde van het omverwerpen van de oude macht vooralsnog niet genomen. Duidelijk is dat het Tunesisch voorbeeld een sterke impuls betekent voor demonstranten. Dit is mede toe te schrijven aan de rol die nieuwe media zoals Twitter en Facebook spelen, zowel in de praktische organisatie van protest als in het verspreiden van symbolen die aansporen tot verzet. Het verhaal van de Tunesische jongeman die zichzelf in brand stak uit frustratie over het gebrek aan kansen en vrijheid in zijn land, gaf immers het laatste duwtje dat nodig was om een enorme politieke omwenteling in gang te zetten. Deze symbolische daad van verzet en opoffering, verspreid via de sociale media, vindt nu weerklank en navolging in de wijde regio.
Het westen heeft geloofwaardigheidsprobleem
Wanneer we kijken naar macropolitieke verhoudingen in de regio, zien we een machtsverschuiving weg van traditionele Westerse mogendheden in de richting van regionale machten als Saoedi-Arabië, Iran, Syrië en Turkije. Tot voor kort hield het Westen sterke leiders nogal eens de hand boven het hoofd. Nu kijken ze toe vanaf de zijlijn, in afwachting van de ontwikkelingen, en zonder daarin nog langer een beslissende stem te hebben. Dit machtsverlies heeft niet alleen te maken met een relatieve economische achteruitgang, maar minstens zoveel met een geloofwaardigheidprobleem dat in het Midden-Oosten extra uitgemeten wordt. Kort gezegd: als Irak en Afghanistan een voorbeeld zijn van wat het Westen ons aan vrijheid en democratie te bieden heeft, laat dan maar zitten! Dat de uitkomsten van de huidige politieke omwentelingen binnen de Westerse ideaalplaatsjes zullen vallen, lijkt dus niet zeer waarschijnlijk. Des te meer aangezien Islamistische bewegingen, zoals de Moslimbroederschap in Egypte, een belangrijke stem hebben in de protesten.
Hoe het Midden-Oosten er over een jaar uit zal zien, blijft gissen. Zeker is, dat het enerverend is om getuige te zijn van de manier waarop de Arabische wereld het heft in eigen hand neemt in het herscheppen van haar eigen politiek-sociaal bestel.
Erik van Ommering, promovendus aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie (VU). Van Ommering is nu in Libanon voor onderzoek naar de invloed van gewelddadig conflict op de ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs. Een uitgebreide versie van dit betoog werd gepubliceerd op het weblog van de Afdeling Sociale en Culturele Antropologie: www.standplaatswereld.nl.
 |