5812.indd
OPINIE
Rehabiliteer Gezina van der Molen
Hoogleraar Gezina van der Molen was lange tijd omstreden wegens haar rol na de Tweede Wereldoorlog. Haar portret hangt nu vooraan bij de expositie ‘Kopstukken van de VU: 1880 – 2010’. Geheel terecht, vindt Gert van Klinken, docent kerkgeschiedenis in Kampen.
Van der Molen (1892-1978) werd in 1949 de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Vrije Universiteit, bij de juridische faculteit. Van der Molen was de gereformeerde beginselen zeer toegedaan, maar gold in menig opzicht als onconventioneel. Ze bleef ongehuwd en woonde samen met haar rooms-katholieke vriendin Mies Nolte. Naast haar academische carrière is Van der Molen bekend vanwege het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Ze was al vroeg in de bezetting actief bij het illegale Vrij Nederland, protesteerde in 1941 in een clandestiene brochure tegen de Jodenvervolging en sprak zich - tot schrik van haar eigen promotor – uit vóór de Februaristaking. In 1943 werd in haar woning dagblad Trouw opgericht.
Kinderroof Haar rol in en vooral na de Tweede Wereldoorlog was omstreden. Van der Molen zette zich in voor het vinden van onderduikadressen voor Joodse kinderen. Die werden na de bevrijding het onderwerp van een felle strijd toen Van der Molen in 1945 voorzitter werd van de Rijkscommissie Oorlogspleegkinderen (OPK). Eerste taak van OPK was kinderen te herenigen met hun ouders. Vervolgens diende een beslissing genomen te worden over de toekomst van degenen die zowel hun vader als moeder verloren hadden. Niet de afkomst, maar de levensovertuiging van de gestorven ouders diende als leidraad bij het toewijzen van de voogdij. Zeer omstreden was de toekomst van kinderen uit gezinnen die geen binding gehad hadden met de georganiseerde joodse gemeenschap. Van der Molen vond dat deze kinderen het beste bij de pleegouders konden blijven, die gedurende de bezetting hun leven gewaagd hadden om hen te redden. Het overlevende deel van de joodse gemeenschap vond dat deze kinderen, in Nederland dan wel in Israël, dienden te worden toegewezen aan Joodse gezinnen of voogdij-instellingen.
Van der Molen werd beschuldigd van ‘kinderroof’, met het nevenoogmerk om de kinderen te bekeren tot het christelijke geloof van hun pleegouders. Die kritiek werd onder meer in Ad Valvas van 16 januari 1992 nog eens verwoord door journalist Elma Verhey die in die tijd ook het boek Om het Joodse Kind publiceerde.
Bezoedeld
Deze kritiek heeft de reputatie van Van der Molen zo ernstig bezoedeld dat het VU-bestuur bijvoorbeeld in 2005 de bijzondere leerstoelen om meer vrouwen hoogleraar te maken, niet naar haar durfde te vernoemen. Dat werden de Fenna Diemer-Lindeboom leerstoelen. Van der Molen was niet doof voor de kritiek, maar meende haar verantwoordelijkheid te hebben genomen, in moeilijke omstandigheden. Zij is een toonbeeld van een maatschappelijk betrokken beoefenaar van het recht. Het zou de VU sieren haar zo te gedenken.
december 2010 Gert van Klinken, docent kerkgeschiedenis aan de Protestantse Theologische Universiteit Kampen en auteur van het boek Strijdbaar en omstreden. Een biografie van de calvinistische verzetsvrouw Gezina van der Molen (2007).
 |