OPINIE
Topuniversiteit kan niet zonder sport en cultuur
Het lijkt erop dat de VU van de sport- en cultuurvoorzieningen op de campus af wil. Ad Valvas-redacteur Peter Breedveld denkt dat de VU geen topuniversiteit kan zijn zonder dit aanbod.
“Waarom willen we een eigen sportcentrum?”, vraagt bestuurvoorzitter René Smit zich af in de Ad Valvas van vorige week. “Nu gaat er een paar miljoen naar sport, cultuur en andere voorzieningen die niet tot de kerntaken van de universiteit horen”, zegt hij. Dat is een legitiem standpunt. Een universiteit hoort zich bezig te houden met onderzoek en onderwijs en in een stad als Amsterdam is aan sport en cultuur geen tekort. Toch denk ik dat de VU niet zonder goede sport- en cultuurvoorzieningen kan. Niet als ze een serieuze concurrentiestrijd wil aangaan met de topuniversiteiten in de regio.
En dat wil de VU, blijkens het instellingsplan, waarin de toekomstplannen voor de komende vier jaar zijn vastgelegd. De masters moeten Engelstalig worden, een kwart van de wetenschappers moet niet-Nederlander zijn, de campus moet tweetalig worden en de VU moet ‘echt meetellen in internationale rankings’.
Getalenteerde Chinees Dat zijn stevige ambities die een forse investering vergen, en niet alleen in de verbetering van de kwaliteit van het onderzoek en het onderwijs. Die internationale wetenschappers en die buitenlandse getalenteerde studenten moet je namelijk wel naar de Zuidas lokken. Concurrenten zijn de UvA in het bruisende centrum van Amsterdam en bijvoorbeeld de Freie Universität een paar honderd kilometer verderop, in Berlijn. Daarbij vergeleken steek je met een kale campus op de niet al te spannende Zuidas toch wat bleekjes af.
Moet je zien wat de Freie Universität allemaal aan nevenactiviteiten op haar campus biedt: een sportcentrum met onder andere een dojo voor Oosterse vechtsporten en meerdere zwembaden, kinderopvang, een compleet concertgebouw, een hotel en een dansschool. Als ik een getalenteerde Chinees was, wist ik het wel, want het is verdikkeme ook nog eens Berlijn, waar we het over hebben.
Zieke werknemers Daar moet de VU dus iets tegenover stellen. De vraag die Smit zich dus zou moeten stellen is niet of de VU wel zo nodig een eigen sportcentrum moet, maar waarom de VU maar zo’n lullig sportcentrumpje heeft. Het moet allemaal veel groter en uitgebreider, met uiteraard een schouwburg ernaast, waar niet alleen kassuccessen op de bühne staan. Dat met het oog op de internationale concurrentie.
Er is nog een andere belangrijke reden dat de VU een sportcentrum nodig heeft: de eigen medewerkers. De voor het VU-personeel gratis beschikbare sportvoorziening is er niet voor niks. Allerlei onderzoeken wijzen uit dat sport lichamelijk en geestelijk gezond is en dat regelmatige lichaamsbeweging het aantal zieke werknemers vermindert. Zelf ben ik bijvoorbeeld, dankzij een paar simpele oefeningen van de onvolprezen fysiotherapeuten van het VU-sportcentrum, verlost van de bij tijden ondraaglijke rugklachten waar ik jarenlang last van had. Drie keer per week sporten in datzelfde sportcentrum houden die klachten weg en ze hebben het afgelopen jaar mijn conditie aanzienlijk verbeterd. Ik twijfel er niet aan dat hetzelfde opgaat voor veel van mijn collega’s. Mijn boodschap is dan ook dat de VU een eigen sportcentrum nodig heeft, puur om te overleven.
Peter Breedveld, redacteur Ad Valvas
 |