Nederland is economisch schijnheilig

OPINIE

11 september 2017

Nederland is economisch schijnheilig

Het wordt hoog tijd dat de overheid zorgt voor een goede moraal, vinden Jacco Wielhouwer en Eelke Wiersma.

De financiële bedrijven die uit Londen weg willen vanwege de Brexit, lijken Nederland links te laten liggen. De reden is dat hier een bonusplafond van 20 procent van het vaste salaris geldt. Zijn we als Nederland weer het braafste jongetje van de Europa-klas en lopen we daardoor economische groei mis? Het laatste misschien wel, het eerste waarschijnlijk niet.

De recente geschiedenis heeft het vertrouwen in de financiële sector ernstig geschaad. Dit heeft geleid tot publieke verontwaardiging over de exorbitante beloningen en vooral over de bonussen in deze sector. Zoveel geld verdienen en er dan zo’n puinhoop van maken waar de belastingbetaler voor opdraait... Dat is gewoon schandalig. Blijkbaar is het zo dat als het dusdanig publiek wordt, de overheid ingrijpt. Bij publieke verontwaardiging moet je ingrijpen, anders kost het stemmen.

Toch maakt dat ons niet het braafste jongetje van de klas in Europa. Zodra de handelswijze bij bedrijven niet zo publiek is, lopen we helemaal niet voorop. Een duidelijk voorbeeld is het feit dat veel multinationals nog steeds Nederland als vestigingsland kiezen vanwege de gunstige belastingregels en de mogelijkheden om goede afspraken met de belastingdienst te maken, afspraken die overigens zeker niet publiek gemaakt worden.

Kortom, het opzetten van regelingen die mogelijk economische groei kosten – zoals het bonusplafond –, lijken we alleen te doen als de publieke verontwaardiging te groot is en de gevolgen direct zichtbaar zijn. En komt puntje bij paaltje, blijkt deze regeling toch voldoende mazen te kennen, zodat die onze economische groei niet in de weg hoeft te staan. Nu Britse banken ons land hierom lijken te mijden, wordt snel duidelijk gemaakt dat er ook uitzonderingen mogelijk zijn. Het bonusplafond klinkt goed voor het publiek, maar is niet zo hard als het in eerste instantie lijkt.

We zijn braaf als de juf oplet ofwel wanneer de stemmer moet zien dat we bepaald gedrag niet goed vinden. Maar zodra de juf het niet zo goed kan zien, hebben we mogelijkheden geregeld via een achterdeur (uitzonderingen op het bonusplafond) of lopen we achteraan (belastingdeals). Het gaat blijkbaar niet om de principes, maar om de zichtbaarheid. Vandaar dat we op het gebied van belastingen het wel zo regelen dat we nét niet op de lijst van tax-havens komen. Dat zou toch weer te transparant zijn…

En natuurlijk: als we in Nederland die regelingen niet aanbieden, gaan de bedrijven wel naar een ander land waar ze meer gunstige belastingafspraken kunnen maken. Dat geldt ook voor de regels met betrekking tot de maximale bonus.

Je zou dus kunnen zeggen dat de belastingbetaler er niets mee opschiet. Misschien is dat zo, misschien niet, maar doet dat er werkelijk toe?

Principiële keuzes moeten gemaakt worden, onafhankelijk van de economische groei die ermee gepaard gaat en onafhankelijk van de mate van publieke zichtbaarheid. Dat eisen we toch ook van topmanagers in het bedrijfsleven?

Economische groei die op een bepaalde manier behaald wordt, moet je niet eens willen. Het is tijd voor stappen op het gebied van belastingdeals met multinationals.

De auteurs zijn respectievelijk hoogleraar en universitair hoofddocent bij de vakgroep Accounting. Dit is een bewerkte versie van hun opinieartikel in dagblad Trouw. 

Jacco Wielhouwer en Eelke Wiersma
hits 273

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties