NOS-correspondent geeft gastcollege: 'Israël is meteen al een frame'

NIEUWS

Campus  12 januari 2016

NOS-correspondent geeft gastcollege: 'Israël is meteen al een frame'

“Het ergste, dat je kan overkomen, is dat mensen wegzappen”, aldus NOS-correspondent Sander van Hoorn. Hij gaf vandaag een gastcollege voor eerstejaars- en premasterstudenten communicatiewetenschap, op uitnodiging van communicatiewetenschapper Jan Kleinnijenhuis. Het ging over de redactionele keuzes van het NOS-journaal. Wat laat je zien en wat niet? Wat is belangrijk?

De sociale media hebben zijn vak ingrijpend veranderd, vertelde Van Hoorn, een VU-alumnus die bij Kleinnijenhuis is afgestudeerd. Aan de ene kant zijn ze een belangrijke informatiebron, aan de andere kant kunnen ze het een correspondent flink lastig maken. “Als ik over de VU zou zeggen dat de collegezalen overvol zitten, beginnen mensen meteen foto’s van lege collegezalen te tweeten; als ik zeg dat de collegezalen onderbezet blijven, tweeten ze foto’s van volle collegezalen.”

Winkelen

“Dat dwingt ons om, als er ergens in een stad een oproer plaatsvindt, ook beelden te laten zien van een paar straten verderop, waar iedereen rustig aan het winkelen is”, aldus Van Hoorn.

Van Hoorn is Midden-Oosten-correspondent en heeft voortdurend met dit soort dilemma’s te maken. Hij is gestationeerd in Libanon, daarvoor zat hij in Israël. “Israël” is meteen al een “frame”, legde hij uit, waaraan mensen aanstoot zullen nemen omdat ze vinden dat je “Israël en de bezette gebieden” moet zeggen, of “Israël en Palestina”, of alleen “Palestina”.

Over elk woord in een journaalitempje van een paar minuten moet worden nagedacht. Spreek je van een “regime”, dan gaat het meestal om een dictatuur van mannen met “zonnebrillen en Kalasjnikovs”, terwijl dat woord een synoniem is van “regering”. Maar dát woord wordt exclusief gebruikt voor landen die het Westen gunstig gezind zijn.

Terreurbeweging

Als het journaal dus bericht over de Syrische stad Madaya, belegerd door de Syrische regering en de terreurbeweging Hezbollah, barst daarna de controverse los over de woorden “Syrische regering”, dat moet volgens sommigen het Assad-regime worden genoemd en over Hezbollah, die volgens sommigen een verzetsorganisatie is en geen terreurbeweging.

Zo’n item over Madaya komt dan nog in het journaal een dag nadat de beelden het internet zijn overgegaan. “Maar ik moet, in tegenstelling tot de sociale media eerst checken of het wel echte beelden zijn”, aldus Van Hoorn. “Of een uitgemergelde baby in een filmpje niet een Bosnische baby uit een oud filmpje is.”

Dan bestaat nog het gevaar dat een bepaald nieuwsfeit door de Nederlandse kijkers met schouderophalen zal worden begroet, want “culturele nabijheid” is een factor die de nieuwswaarde bepaalt.

Palestijn

“Ik denk dat de meerderheid hier zich eerder met een Israëliër zal identificeren dan met een Palestijn”, zei Van Hoorn. De collegezaal zat inderdaad vol met voornamelijk witte studenten. Eén zat op zijn laptop een GeenStijl-bericht te lezen: ‘NOS faalt en liegt met anti-Rusland propaganda.’

Van Hoorn liet propagandafilmpjes van beurtelings IS, Rusland en de Syrische staatszender zien. De kans om van propaganda te worden beschuldigd, was ook voor onafhankelijke redacties altijd aanwezig, zei hij. Je moet als journalist immers kiezen wat je wel en niet laat zien, wie je wel en niet aan het woord laat.

Sociale media hebben grote invloed op wat het NOS-journaal laat zien, vertelde Van Hoorn. “Maar we zijn wat dat betreft toch nog machtig. Als wij van een nieuwsgebeurtenis de opening van het journaal maken, wordt dat door het publiek als het belangrijkste nieuws beschouwd.”

Peter Breedveld
BEELD: Jan Kleinnijenhuis (op de voorgrond) en Sander Van Hoorn in discussie met studenten (foto door Peter Breedveld)
hits 1448

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties