Waarover struikelden zij?

NIEUWS

Campus  5 april 2013

Waarover struikelden zij?

reacties 1

Het VU-bestuur pakte zoveel zaken tegelijk aan dat het erin verstrikt raakte. Een deel ervan was erfenis van vorige bestuurders. En het Rijk speelt ook een rol. Acht struikelblokken:

Centralistisch beleid | bestuurlijke controle | scherpe bezuinigingen | ambitieuze nieuwbouw | kapot gegroeid | zwabberend onderwijsbeleid | miscommunicatie | samenwerking UvA

1. Centralistisch beleid

Al decennia lang is de verhouding centraal bestuur versus faculteiten een heet hangijzer. Traditioneel hebben de twaalf faculteiten een redelijk grote autonomie, zeker op het gebied van onderwijs en onderzoek. Maar volgens de wet is het bestuurscollege integraal verantwoordelijk voor de hele universiteit. In het instellingsplan 2011-2015 probeert het bestuur een gemeenschappelijke lijn voor de hele universiteit te formuleren. Daarbij ligt veel nadruk op de financiële randvoorwaarden voor het onderwijs, zoals een minimumaantal studenten per opleiding. En het maximumaantal uren dat een docent per studiepunt mag besteden. Dat roept weerstand op bij docenten die vinden dat het bestuur zich niet met hun onderwijs moet bemoeien. Ook de pogingen van rector Lex Bouter al het onderzoek onder te brengen in grote interdisciplinaire onderzoeksinstituten leiden vooral binnen de alfa- en gammafaculteiten tot verzet. En een VU-bestuurder die ruzie krijgt met een of meer decanen heeft een probleem.

2. Bestuurlijke controle

Om meer greep op de VU te krijgen, probeert het college de organisatie te stroomlijnen. Zo lanceerde voorzitter René Smit schijnbaar uit het niets het plan om faculteiten samen te voegen. Zeker het voorstel Letteren en Sociale Wetenschappen te fuseren, stuitte op onbegrip. Dat plan is weer terugverwezen naar een studiecommissie. Ook de diensten moeten samengaan om de bestuurlijke drukte te verminderen, bijvoorbeeld de bibliotheek met het Universitair Centrum-IT. En de Arbodienst met Personeelszaken, waartegen de ondernemingsraad principiële bezwaren heeft. Ook het opheffen van het Onderwijscentrum heeft bij de betrokken medewerkers kwaad bloed gezet. Zij hadden de indruk dat de reorganisatie louter ingegeven was door bestuurlijke overwegingen en niet inhoudelijk gemotiveerd.

 

3. Scherpe bezuinigingen

Het bestuur zet in op een financiële ombuiging van structureel 33 miljoen euro in 2015 op een totaal aan inkomsten van zo’n 500 miljoen per jaar. De ondersteunende diensten moeten 21 miljoen bezuinigen, wat 300 tot 400 mensen hun baan kost. Omdat de VU de naam heeft een rijke universiteit te zijn, is niet iedereen overtuigd van de noodzaak van deze operatie en zeker de ondernemingsraad niet. Met name het op grote schaal boventallig verklaren van medewerkers, stuit veel mensen tegen de borst. Dat past niet bij de VU-cultuur van medemenselijkheid. Deze dreiging van massaontslag is een belangrijke reden voor het ontstaan van de beweging Verontruste VU, die een ongekend sociale onrust teweegbrengt. Maar ook hier speelt de strijd centraal-decentraal een rol. De meeste faculteiten zijn niet bereid financieel in te leveren om bijvoorbeeld de bezuiniging op de bibliotheek, waar 56 van 168 mensen hun baan dreigen te verliezen, te verzachten. De decanen gaan wel op hun achterste benen staan als het bestuur hen de zeggenschap over de financiële reserves van de faculteiten ontneemt. Dat geld is mede nodig voor de vernieuwing van de campus.

 

4. Ambitieuze nieuwbouw

De renovatie van de campus is al zeker 15 jaar een hoofdpijndossier. Het vorige bestuur met Noomen en Sminia maakte wel plannen, maar deinsde terug om echt te beslissen over de investering van zeker een half miljard euro. Er kwam een nieuw gebouw voor Tandheelkunde en de Rode Pieper voor onderwijs in zorg en welzijn. Maar de rest van de universiteit barst uit haar voegen. Het bestuur-Smit bedacht een nieuwe bouwstrategie. Niet het oude bètagebouw renoveren, maar nieuwbouw aan de overkant van de De Boelelaan. Ook het VU.NU-gebouw, naast de Rode Pieper gepland, ligt al op de tekentafels en het hoofdgebouw wordt opgeknapt zodat het nog minstens 15 jaar mee kan. Met de OR is afgesproken dat de huisvestingslasten inclusief investering niet meer dan 14 procent van de jaarinkomsten mogen bedragen. Dat betekent een stijging van de huisvestingskosten met 10 miljoen euro per jaar. Veel mensen vinden deze investering zonde van het geld.

 

5. Kapot gegroeid

Pijnlijk is dat de VU mede aan haar eigen succes ten onder dreigt te gaan. Het aantal studenten is sinds 2002 van 15.000 naar 25.00o gestegen. En die groei heeft ze niet kunnen bijbenen, gezien de dalende studenttevredenheid. Het is trouwens niet Smit geweest die krachtig inzette op studentengroei. De vorige rector Taede Sminia stond in 2002 te juichen toen de VU voor het eerst 15.000 studenten telde. Voor die groeistrategie is al in 1992 gekozen. Toen was de VU de eerste Nederlandse universiteit die een professionele reclamecampagne startte. Helaas leveren studenten steeds minder geld op. In 2008 kregen universiteiten per student 22 procent minder geld van het Rijk dan in 1998. Die dalende trend zet door.

 

6. Kwakkelend onderwijsbeleid

Scoorde de VU tien jaar geleden nog hoog in de keuzelijsten voor studenten, nu bungelt ze onderaan. Dat doet pijn, hoe omstreden die lijsten ook zijn. Daar komt dan een kritische proefaudit van de onderwijskwaliteit overheen. En dat is een druppel te veel. Daarom eisen de decanen van het bestuur dat de kwaliteit van het onderwijs absolute prioriteit krijgt. Maar ja, wat kan een bestuur daaraan doen als de faculteiten het primair als hun privédomein beschouwen? De onderwijsagenda van het bestuur gaat vooral over het reguleren van studentenstromen door invoering bindend studieadvies, harde knip en sneller nakijken van tentamens. Daarnaast zijn er prestatieafspraken met de minister gemaakt over een flinke verhoging van het studierendement. Dat betekent voor docenten nóg harder werken en nóg minder vrijheid om hun onderwijs in te richten zoals zij zelf willen. En dat is een van de grieven van de Verontruste VU’ers.

 

7. Miscommunicatie

Ook de negatieve publiciteit rondom VUmc en de val van de raad van toezicht als gevolg daarvan, spelen mee. In de media is VU en VUmc één pot nat, en dat beseffen het bestuur en de decanen maar al te goed. Vandaar grote paniek als de uitslag van de proefaudit voor onder meer de Volkskrant en het Parool aanleiding is te suggereren dat het onderwijs aan de VU niet deugt en de universiteit, net als VUmc, onder verscherpt toezicht van de Inspectie komt te staan, wat toch echt níet waar is. De vrees leeft dat de VU wordt weggezet als het Inholland van de universiteiten. En dat lukt NRC Handelsblad aardig.

Maar de negatieve beeldvorming begint met miscommunicatie binnen de universiteit (en VUmc) zelf. Het college slaagt er zelden in zijn bedoelingen overtuigend uit te leggen aan de medewerkers. Ook de dialoog met de OR heeft vaak een ijzig karakter, van twee kanten overigens. Een veelgehoorde klacht is dat de bestuursleden het te druk hebben, vaak afwezig zijn en zelfs op het laatste moment afspraken afzeggen. Vooral Smit heeft een berucht timemanagementprobleem.

 

8. Samenwerking met UvA

Ondanks alles heeft het bestuur-Smit een belangrijke koerswending bereikt door aan te sturen op nauwe samenwerking met de UvA. Voorganger Noomen wilde met hogeschool Windesheim fuseren om een sterke protestants-christelijke zuil in het hoger onderwijs op te richten. Daarom wees Noomen 15 jaar geleden nog het aanbod van de UvA af om samen een nieuwe bètafaculteit te bouwen. Tien jaar later zijn de universiteiten terug bij af. Weer ligt er een fusievoorstel van beide bètafaculteiten op tafel. Met de koers op samenwerking met de UvA heeft het college de bestuurlijke agenda flink overvuld. Diverse commissies zijn aan de slag gegaan en bij allerlei te nemen besluiten binnen de VU speelt de UvA-factor. Maar waar blijft de uitgewerkte agenda voor echt fundamentele samenwerking met de UvA? Want daar ligt volgens Smit de toekomst. Amsterdam als internationaal middelpunt van excellent hoger onderwijs en onderzoek. Nu VUmc en AMC over de dam zijn, is het tijd voor de rest van de universiteit.

Dirk de Hoog
BEELD: StudioVU/Riechelle van der Valk
hits 8265

{ Lees de 1 reactie }

Het gaat hier misschien om een klein punt, maar bij punt 5. wordt vermeld dat de VU in 1992 de eerste universiteit was die startte met een professionele reclamecampagne. Bij mijn weten is dat niet correct en gaat die 'eer' naar de TU Delft.
Deze lanceerde als eerste Nederlandse universiteit(!) al in de periode 1984/1985 een grootschalige reclamecampagne. Binnen een jaar volgden toen TU Twente en Maastricht Un. met hun campagnes.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties