Peter Nijkamp: 'Ik wil alleen maar de wereld verbeteren'

NIEUWS

Campus  20 maart 2015

Peter Nijkamp: 'Ik wil alleen maar de wereld verbeteren'

reacties 33

Ruimtelijk econoom Peter Nijkamp kwam vorig jaar in zwaar weer terecht nadat een anonymus een klacht indiende tegen het proefschrift van zijn promovenda Karima Kourtit. De kritiek richtte zich vervolgens op Nijkamp zelf, die van zelfplagiaat werd beticht. De commissie-Zwemmer, die de beschuldigingen onderzocht, heeft met haar eindrapportage volgens Nijkamp echter ‘broddelwerk’ geleverd.

Volgens u zijn de 43 artikelen, waarin u volgens de commissie-Zwemmer zelfplagiaat hebt gepleegd, niet allemaal peer-reviewd maar betreft het discussiestukjes en zelfs een gelukwens. De voorzitter van de commissie, Jaap Zwemmer, zegt dat dit aantoonbaar niet waar is.

“De commissie kan het onderscheid niet eens maken tussen hoogwaardige tijdschriften en meer populair-wetenschappelijke tijdschriften. Voordat de commissie aan haar onderzoek begon, heb ik in een oriënterend gesprek gezegd dat ze zich uitsluitend op gerefereerde en geïndexeerde, peer-reviewde publicaties moest richten. Daar was de commissie het toen mee eens. Dat is ook schriftelijk door de commissie bevestigd. Het zou uitsluitend gaan om hoogwaardige tijdschriften met een officiële impact score die op het internet te vinden is."

NRC heeft het gecheckt en zegt dat alle artikelen peer-reviewd zijn.

“Dat is absoluut onjuist. Editorials, proceedings papers en conferentie bijdragen zijn nooit gerefereerd. Peer-reviewd op zich zegt bovendien nog niks over de kwaliteit. Iedereen die snel rijk wil worden, kan een open access peer-reviewd tijdschrift beginnen en elk aangeboden artikel accepteren zolang de auteur betaalt. Een redacteur mailt dan een paar opmerkingen, meestal redactioneel van aard, en dat is dan de peer-review.”

De commissie heeft zich niet aan die afspraak gehouden?

“Zeker niet. Ik zie bijvoorbeeld in die lijst van 43 artikelen een informeel paper staan dat ik eens voor een groep Griekse economen heb geschreven, en zelfs een gelukswens voor een speciaal celebratory issue van een blad in Bratislava.”

Dat is moeilijk te controleren, want het college van bestuur heeft de lijst met artikelen niet vrijgegeven die als bijlage bij het rapport zit.

"Het gaat om nummer 172 op de lijst, Region Direct heette het blad destijds. Ik heb thuis een dossier van een meter hoog, met al die uitgeprinte artikelen. Ik heb ze allemaal bestudeerd, en in de meeste gevallen gaat het inleidingen en onofficiële stukken. Ik zie er zelfs een voordracht van mij in staan voor een groep architecten in Rotterdam, waarvoor ik indertijd zelfs een Ajaxwedstrijd heb gemist! Er is een artikel dubbel geteld en er staat een artikel bij van een mij onbekende auteur, die later passages uit mijn artikel heeft overgenomen zonder bronvermelding, wat mij dan wordt aangerekend. En zo wemelt het rapport van de fouten. Op deze manier worden ook de medeverantwoordelijke co-auteurs allemaal afgeserveerd door de commissie, zonder dat ze zelfs maar gehoord zijn.”

De commissie verwijt u ‘questionable research practice’…

‘Questionable’ betekent niet per definitie verkeerd! “De commissie verwijst hier naar een advies van de KNAW waarin nota bene betoogd wordt dat dergelijke overlappingen helemaal niet als ‘questionable research practice’ gelden. Dat is vorige week door het LOWI nog eens bevestigd. Het gaat om basismateriaal in allerlei soorten stukken die uiteindelijk zijn verwerkt in artikelen die aangeboden zijn aan hoogwaardige tijdschriften.”

De commissie vindt het vreemd dat u zoveel publiceert…

“Wat ik heel kwalijk vind, want het was de opdracht helemaal niet om daarover een waardeoordeel te vellen. Zoveel publiceer ik ook helemaal niet. Wel meer dan gemiddeld, maar ik heb nou eenmaal een drive. Veel publicaties zijn bedoeld voor de verspreiding van kennis, zo hoop ik de wereld te verbeteren. Ik ben dan niet erg selectief in welke bladen die artikelen staan, ik wil gewoon kennis delen. Iemand vraagt me om een artikel, indien mogelijk lever ik dat graag. Daarbij begin ik dan met een inleiding waarin teruggegrepen wordt op oudere artikelen. Stel je voor dat ik een college geef en ik moet mezelf voortdurend onderbreken om erop te wijzen dat ik bepaalde dingen eerder heb gezegd bij andere gelegenheden, dat is toch ondoenlijk?”

U maakt dus onderscheid tussen originele artikelen in hoogwaardige tijdschriften en artikelen in populair-wetenschappelijke publicaties, waarin u materiaal soms hergebruikt?

“Ja. Maar om negatief te worden afgerekend door mensen die zeggen dat ik nauwelijks in hoogwaardige tijdschriften publiceer, is onjuist. Ik publiceer juist óók veel in hoogwaardige tijdschriften, want dat is ook nodig. Ik vind dat ik een ongefundeerd negatief oordeel daarover niet verdien.”

Ik neem aan dat de verhoudingen met sommige mensen aan de VU nu verstoord zijn.

“Er zijn mensen met wie ik graag een biertje dronk, met wie ik hartelijk kon lachen, dat is wel wat afgekoeld, ja. Ook binnen de VU zijn dingen op een onjuiste manier gegaan, zoals het LOWI terecht heeft geoordeeld.”

Wie is er nou eigenlijk de collateral damage in deze zaak? Uw promovenda Karima Kourtit, omdat men het op u had gemunt, of u, omdat het aanvankelijk om Kourtit ging?

“Karima Kourtit is een zeer begaafde vrouw, werkt keihard, is succesvol, een rolmodel ook binnen de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht, dus dat wekt jaloezie. Mensen zien dat aan met lede ogen en dat heeft geleid tot een onverwachte explosie.”

U verdenkt een specifieke persoon ervan de anonieme klager te zijn?

“Ik ben misschien naïef, maar niet helemaal gek. Ik kan ook teksten analyseren. Ik verdenk meerdere personen, maar ik ga het niet aanpakken als zij het hebben gedaan. Ik wacht af tot ze worden gepakt. Mensen zijn hen op het spoor, de jacht is geopend. Het recht zal zijn loop hebben.”

Peter Breedveld
hits 7351

{ Lees de 33 reacties }

Tegeltje:

Verbeter de wereld
begin bij jezelf

Op http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/23881/rm%202011-30.pdf?sequ... staat een "Research Memorandum" met als titel "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism" en met Karima Kourtit, Peter Nijkamp
Eveline van Leeuwen & Frank Bruinsma als auteurs.
.
Dit "Research Memorandum" is toch (een voorloper van) "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism in het "International Journal of Sustainable Development" ( http://www.inderscience.com/info/inarticle.php?artid=41961 )?
.
DOI: 10.1504/IJSD.2011.041961 (Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Eveline S. Van Leeuwen, Frank Bruinsma, Int. J. of Sustainable Development, 2011, 14: 179-205).
.
Iemand enig idee of er veel verschil is tussen de versie in het IJSD en de online versie op DARE?

Peter Nijkamp: "Voordat de commissie aan haar onderzoek begon, heb ik in een oriënterend gesprek gezegd dat ze zich uitsluitend op gerefereerde en geïndexeerde, peer-reviewde publicaties moest richten."
.
Publicaties van Peter Nijkamp in het "International Journal of Sustainable Development" ( http://www.inderscience.com/jhome.php?jcode=ijsd ) en in het "International Journal of Productivity and Performance Management Information" ( http://www.emeraldgrouppublishing.com/products/journals/journals.htm?id=... ) vallen hier toch ook onder?

Peter Nijkamp says he publishes more than average; he just has a drive. This drive has made him the most publishing economist in the world. His number one position with respect to quantity has given him a position in the top 20 of world economists, overall. I suspect that gives enormous prestige, influence, ...

Regarding citations (weighted by impact factor) he is number 1554

https://ideas.repec.org/top/top.person.alldetail.html

Ik kan de reactie van Van der Duyn Schouten vandaag in NRC - waarin hij schrijft aan mijn intenties te twijfelen omdat 13 van de 16 punten in mijn 2e klacht onterecht bleken - niet goed plaatsen. De letterlijke tekst van mijn klacht luidde "Veel van haar publicaties bestaan uit enorme hoeveelheden aan elkaar geplakte tekstfragmenten (bladzijden, alinea’s, zinnen) die zijn gekopieerd uit andere publicaties, net als bij het proefschrift in de meeste gevallen van coauteurs maar ook weer regelmatig van derden. In 16 publicaties buiten haar proefschrift heb ik dergelijke misstanden aangetroffen. Onder deze mail volgt hiervan een overzicht."

Daarna volgde een overzicht van 16 artikelen, waarbij ik per artikel aangaf wat er volgens mij mis mee was. Alle tekstdelen met plagiaat waarbij de bron ook in de literatuurlijst niet was genoemd stonden hierbij vermeld (dit speelde in 8 van de 16 artikelen). Als een stuk tekst letterlijk was gekopieerd zonder aanhalingstekens te plaatsen maar met bronvermelding aan het eind had ik het niet in de lijst opgenomen. Verder heb ik per artikel aangegeven of deze artikelen deels uit copy-paste waren opgebouwd. Per artikel heb ik ook een indicatie voor de ernst gegeven, waarbij ik in enkele gevallen niet bijzonder negatief geweest, met kwalificaties als “Kleine hoeveelheden copy-paste en plagiaat”.

Waarom is het punt van Van der Duyn Schouten vreemd? De 2e commissie Drenth heeft in het geheel geen onderzoek gedaan naar kopieer- en plakwerk. Om deze reden heeft de commissie naar 8 van de 16 door mij genoemde studies in het geheel niet gekeken. Uit de conclusies van de commissie Zwemmer weten we echter dat mijn punt dat studies van K+N regelmatig bladzijden bevatten die grotendeels uit aan elkaar geplakte stukken tekst bestaan gewoon bevestigd is. Naar nog één van de 8 artikelen heeft de commissie niet gekeken omdat de status daarvan onduidelijk was.

Drenth 2 is dus beperkt geweest tot slechts 7 studies, en heeft alleen gekeken naar plagiaat en niet naar de andere tekortkomingen die ik noemde. Bij 5 van de studies waarbij ik plagiaat rapporteerde had ik echter zelf al aangegeven dat het hierbij om kleine hoeveelheden ging. De commissie heeft vervolgens geoordeeld dat het plagiaat in 3 studies een serieuze omvang had, en daar haar uitspraak op gebaseerd.

Voor zover ik dat kan beoordelen is helemaal niets uit mijn klacht onterecht gebleken, en bevat mijn 2e klacht ook geen overdrijvingen of andere onjuistheden. Over de vraag of kleine hoeveelheden plagiaat een probleem zijn kan je lang en breed discussiëren. De commissie Zwemmer heeft net als Drenth 2 niet geoordeeld over kleine hoeveelheden plagiaat, ook al werd daar in 29 van de 261 onderzochte studies plagiaat van meer dan 50 woorden gevonden. Mij lijkt dat plagiaat eigenlijk helemaal nooit door de beugel kan.

Laat ik ook nog even kort iets zeggen over de achtergrond van mijn 2e klacht. Overigens ga ik hier in het document dat op de website van Gill staat ook uitgebreid in (het kan zijn dat ik me vergis, maar het lijkt wel of Van der Duyn Schouten niet de moeite heeft genomen om dit te lezen). Aanleiding voor de 2e klacht was dat K+N weinig tot geen lering leken te hebben getrokken uit de 1e klacht, vooral niet voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak. Deze was bij de behandeling van de eerste klacht weliswaar onderbelicht gebleven, maar een tweede kans houdt natuurlijk in dat je je leven op alle fronten betert. Ook waren ondertussen nog allerlei andere problemen ontdekt, door mijzelf of door anderen. Ik stuurde om die reden een mail naar de leiding van de faculteit en de afdeling RE, waarbij ik mijn zorgen over de situatie uitte en op diverse problemen inging. Zij gaven aan dat zij mijn zorgen deelden, en stelden voor dat ze met een een aantal punten zelf aan de slag zouden gaan (is ook gebeurd) en de overige punten (eventueel gezamenlijk) als nieuwe klacht in te dienen. Ik heb de 2e klacht dus niet op eigen initiatief bij de ombudsman ingediend. Dit alles vond overigens nog altijd plaats achter gesloten deuren; nog een reden waarom het onzin is dat ik alles uit de kast zou hebben getrokken om K+N te beschadigen.

De uitspraken van Van der Duyn Schouten wekken bij mij de indruk dat hij mij liever geen klachten had zien indienen. Dit ondanks het feit dat uit het onderzoek dat onafhankelijke commissies hebben uitgevoerd inmiddels is gebleken dat K+N hun werk inderdaad veelvuldig en op een ongeoorloofde manier aan elkaar copy-pasten, en dat van enkele studies grote delen uit plagiaat bestaan (en van een zeer groot aantal studies kleinere delen uit plagiaat, al is dat iets dat je tussen de regels door moet lezen in het rapport van Zwemmer).

De imagoschade die dit alles voor K+N heeft opgeleverd wordt veroorzaakt door de ernst van de beschuldigingen, en doordat er inderdaad veel mis blijkt te zijn met hun werk. Waarbij uiteraard ook de inhoudelijke tekortkomingen zeer pijnlijk zijn, of ze nu komen door een gebrek aan capaciteiten of door een twijfelachtige manier van werken waar auteurs zich bewust van waren. Als deze tekortkomingen nooit boven water waren gekomen was deze imagoschade inderdaad niet ontstaan, maar is dat dan wat Van der Duyn Schouten had gewild?

Los van de problemen die uiteindelijk zijn onderzocht door de commissies Drenth 1, 2 en Zwemmer blijft overigens staan dat de grootste problemen in het werk van Nijkamp en (sommige) coauteurs inhoudelijk van aard zijn. Deze inhoudelijke problemen hebben ruwweg te maken met een drietal factoren.

(1) Regelmatig is sprake van een uitzonderlijk zwakke opzet van uitgevoerde studies, die zodanig is dat geen enkele waarde kan en mag worden gehecht aan de uitkomsten (zie bijvoorbeeld het commentaar van Gill en Verbon hierop). Ik denk dat die initieel zijn veroorzaakt door onkunde van de coauteurs die bij die studies het uitvoerende werk voor hun rekening moeste nemen. Waarom deze studies de eindstreep (publicatie in een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift) hebben gehaald is lastig te verklaren. Gezien de aard en omvang van de problemen lijkt niet aannemelijk dat deze (een uitzondering daargelaten) nergens zijn opgemerkt. Een mogelijke verklaring is dat tekortkomingen op een bepaald moment wel zijn opgemerkt (door Nijkamp of tijdschriften waar manuscripten ongetwijfeld regelmatig zullen zijn afgewezen), maar dat het auteurs er niet van heeft weerhouden om publicatie toch door te zetten. Als een manuscript wordt afgewezen kan men een artikel natuurlijk altijd opnieuw indienen bij een ander tijdschrift. Het zou kunnen dat het uitstellen of afblazen van publicatie niet goed uitkwam voor de ranglijsten waar Nijkamp graag bovenaan wilde staan. Wat er precies achter zit zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Het is heel jammer dat commissies noot contact hebben gezocht met coauteurs om te proberen dit te onderzoeken.

(2) Wat ook vaak voorkomt is dat studies bij elkaar gekopieerd en geplakt zijn, meestal met alinea’s en zinnen uit bestaande studies van de auteurs zelf, of af en toe van derden (plagiaat). Dit punt is inmiddels bevestigd door de commissie Zwemmer. Het gaat echter niet primair om het zelfplagiaat op zich. Wat de manier waarop dit in het werk van Nijkamp is gebeurd zo kwalijk maak is dat vaak vrij willekeurige stukken tekst zijn geselecteerd, die niet per definitie passen bij het verhaal. Hierdoor ontstaan artikelen die inhoudelijk kant nog wal raken. Om dit punt te onderbouwen heb ik twee studies van K+N uiteen geplozen. Mijn indruk is echter dat dit vrij vaak voorkomt in de vele copy-paste studies die er zijn. Dit kopieer- en plakwerk is uiteraard een bewust proces geweest, zoals ook de commissie Zwemmer al concludeerde. Omdat deze problemen zich niet beperken tot bepaalde coauteurs lijkt Nijkamp hier zelf een sleutelrol bij hebben gespeeld.

(3) In een groot aantal studies (15 stuks tot nu toe) bestaan sterke aanwijzingen dat met data en/of resultaten gesjoemeld is. Dit is vaak zodanig van aard dat dit met alleen onkunde niet goed is te verklaren. Bijvoorbeeld omdat resultaten handmatig lijken te zijn aangepast, of omdat de data een heel andere herkomst en inhoud heeft dan wordt beweerd. Zie mijn analyses voor een uitgebreid overzicht hiervan. Opvallend (of misschien juist niet) is dat Nijkamp en zijn coauteurs tot nu toe hebben geweigerd om inzicht in data en methodologie te verstrekken.

Er is dus sprake van een lange reeks van inhoudelijke tekortkomingen en integriteitsschendingen, in alle soorten en maten, en in een zeer groot aantal studies. Nijkamp is iemand met grote (vooral organisatorische) invloed in zowel de wetenschap als de beleidswereld (als adviseur). Dit maakt dat er wel degelijk een aanzienlijk maatschappelijk belang is dat eventuele persoonlijke belangen van Nijkamp zelf en anderen overstijgt. Daarom begrijp ik het ongenoegen van Van der Duyn Schouten niet.

In de zusterdraad "Commissie kraakt Nijkamp - VU vindt dat te hard" citeerde Richard Gill rector Van der Duyn Schouten, in NRC vandaag, zaterdag 21 maart:

"Er is de afgelopen twee jaar een hele trits van anonieme klachten gekomen van dezelfde persoon. Als ik daar nu op terugkijk, had ik waarschijnlijk eerder moeten zeggen: ik wil nu wel eens weten wat de intentie van de klager is.
Handelt deze persoon uit rancune, om iemand anders een hak te zetten? Of is hij echt zo kwetsbaar dat anonimiteit terecht is? Voor het tweede onderzoek naar Kourtit heeft deze persoon 16 punten ingediend, waarvan er 13 onterecht bleken. Dat wekt toch de indruk dat de klager alles uit de kast heeft gehaald om mensen te beschadigen."

NN weerlegt deze uitspraak hierboven in zijn reactie van 18:03. Als hij gelijk heeft is hij nu onheus bejegend door de rector.

Ik stel voor dat Van der Duyn Schouten ófwel duidelijk aantoont dat wel degelijk 13 van de 16 klachten onterecht zijn gebleken, ófwel zijn uitspraken in dezelfde NRC publiekelijk rectificeert.

Met betrekking tot "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism" heb ik ondertussen alle 37 door NN ontdekte passages van plagiaat (exclusief zelf plagiaat, zie pag 4 en pag 69-71 van het document van NN) zelf ook gevonden en aangegeven in de "Research Memorandum 2011-30" versie. Ondertussen ben ik ook in het bezit van de versie die is verschenen in het peer-reviewed tijdsschrift Int. J. of Sustainable Development (2011, 14, pp 179-205). Verschillen tussen de "Research Memorandum 2011-30" versie en de versie in het Int. J. of Sustainable Development lijken verwaarloosbaar (Internet = internet, etc.). Volgens mij is het een (nagenoeg) identieke versie met alleen wat aanpassingen aan de spellling (met name het gebruik van hoofdletters). Alle passages van plagiaat kan ik dus ook allemaal vinden in deze versie en alles heb ik in deze versie aangegeven. Het lijkt erop dat bron [3] en bron [6] (pag 70 document NN) betrekking heeft op hetzelfde artikel? De norm van de Commissie Zwemmer (minimaal 50 woorden geplagieerde tekst) wordt zeker drie maal overschreden (passages van 120, 75 en 55 woorden, vlot geteld).
.
Bron [10] (pag 70 document NN) trok mijn aandacht omdat ik anderhalf jaar geleden zelf een toeristisch bezoek aan Myanmar heb gebracht. De bron staat echter niet in "Cyber-tools". Google weet deze bron natuurlijk wel te vinden. Zie http://www.bntt.org/Discussion/DP37.pdf Volgens mij is het niveau van dit mooie rapport ('Discussion paper') stukken hoger en zit het heel wat beter in elkaar dan 'Cyber-Tools'. Hierbij een uitnodiging aan Peter Nijkamp om een weerwoord op mijn visie te geven dat het niveau van het rapport over het tourisme in Myanmar heel wat hoger is dan het niveau van zijn peer-reviewed artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Int. J. of Sustainable Development (met daarbij ook de aantekening dat er vier auteurs staan bij zijn artikel over 'Cyber-Tools').
.
NN heeft ook gelijk dat 'Cyber-Tools' (net als andere stukken) vol staan met subjectieve waardeoordelen. Soms heel erg verborgen (bijvoorbeeld de tekst '(diversity is enriching)' (pag 14 Research Memorandum, onderaan, tussen allerlei stukken geplagieerde tekst).
.
De bijlage van het rapport van de Commissie Zwemmer mag dan wel geheim zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat het artikel 'Cyber-Tools' niet bij het onderzoek is betrokken (de PDF is gewoon goed leesbaar, kan gewoon worden gedownload, het tijdschrift Int. J. of Sustainable Development past peer-review toe, etc.).
.
Staat "Cyber-Tools" ook vol met 'zelfplagiaat (= stukken tekst die ook zijn te vinden in eerdere documenten van Peter Nijkamp en/of Karima Kourtit al dan niet samen met anderen)?

Sano: u bent nu zelf laster aan het verspreiden. Is dat nou zo verstandig?

Sano: u beledigt, en u verspreidt laster. U zegt dat "de NN clan" valse aanklachten verspreidt, en dat ze dat doet met de opzet om de goede reputatie van prof. Nijkamp te beschadigen.

Pagina's

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties