NIEUWS

Campus 20 maart 2015

Peter Nijkamp: 'Ik wil alleen maar de wereld verbeteren'

reacties 33

Ruimtelijk econoom Peter Nijkamp kwam vorig jaar in zwaar weer terecht nadat een anonymus een klacht indiende tegen het proefschrift van zijn promovenda Karima Kourtit. De kritiek richtte zich vervolgens op Nijkamp zelf, die van zelfplagiaat werd beticht. De commissie-Zwemmer, die de beschuldigingen onderzocht, heeft met haar eindrapportage volgens Nijkamp echter ‘broddelwerk’ geleverd.

Volgens u zijn de 43 artikelen, waarin u volgens de commissie-Zwemmer zelfplagiaat hebt gepleegd, niet allemaal peer-reviewd maar betreft het discussiestukjes en zelfs een gelukwens. De voorzitter van de commissie, Jaap Zwemmer, zegt dat dit aantoonbaar niet waar is.

“De commissie kan het onderscheid niet eens maken tussen hoogwaardige tijdschriften en meer populair-wetenschappelijke tijdschriften. Voordat de commissie aan haar onderzoek begon, heb ik in een oriënterend gesprek gezegd dat ze zich uitsluitend op gerefereerde en geïndexeerde, peer-reviewde publicaties moest richten. Daar was de commissie het toen mee eens. Dat is ook schriftelijk door de commissie bevestigd. Het zou uitsluitend gaan om hoogwaardige tijdschriften met een officiële impact score die op het internet te vinden is."

NRC heeft het gecheckt en zegt dat alle artikelen peer-reviewd zijn.

“Dat is absoluut onjuist. Editorials, proceedings papers en conferentie bijdragen zijn nooit gerefereerd. Peer-reviewd op zich zegt bovendien nog niks over de kwaliteit. Iedereen die snel rijk wil worden, kan een open access peer-reviewd tijdschrift beginnen en elk aangeboden artikel accepteren zolang de auteur betaalt. Een redacteur mailt dan een paar opmerkingen, meestal redactioneel van aard, en dat is dan de peer-review.”

De commissie heeft zich niet aan die afspraak gehouden?

“Zeker niet. Ik zie bijvoorbeeld in die lijst van 43 artikelen een informeel paper staan dat ik eens voor een groep Griekse economen heb geschreven, en zelfs een gelukswens voor een speciaal celebratory issue van een blad in Bratislava.”

Dat is moeilijk te controleren, want het college van bestuur heeft de lijst met artikelen niet vrijgegeven die als bijlage bij het rapport zit.

"Het gaat om nummer 172 op de lijst, Region Direct heette het blad destijds. Ik heb thuis een dossier van een meter hoog, met al die uitgeprinte artikelen. Ik heb ze allemaal bestudeerd, en in de meeste gevallen gaat het inleidingen en onofficiële stukken. Ik zie er zelfs een voordracht van mij in staan voor een groep architecten in Rotterdam, waarvoor ik indertijd zelfs een Ajaxwedstrijd heb gemist! Er is een artikel dubbel geteld en er staat een artikel bij van een mij onbekende auteur, die later passages uit mijn artikel heeft overgenomen zonder bronvermelding, wat mij dan wordt aangerekend. En zo wemelt het rapport van de fouten. Op deze manier worden ook de medeverantwoordelijke co-auteurs allemaal afgeserveerd door de commissie, zonder dat ze zelfs maar gehoord zijn.”

De commissie verwijt u ‘questionable research practice’…

‘Questionable’ betekent niet per definitie verkeerd! “De commissie verwijst hier naar een advies van de KNAW waarin nota bene betoogd wordt dat dergelijke overlappingen helemaal niet als ‘questionable research practice’ gelden. Dat is vorige week door het LOWI nog eens bevestigd. Het gaat om basismateriaal in allerlei soorten stukken die uiteindelijk zijn verwerkt in artikelen die aangeboden zijn aan hoogwaardige tijdschriften.”

De commissie vindt het vreemd dat u zoveel publiceert…

“Wat ik heel kwalijk vind, want het was de opdracht helemaal niet om daarover een waardeoordeel te vellen. Zoveel publiceer ik ook helemaal niet. Wel meer dan gemiddeld, maar ik heb nou eenmaal een drive. Veel publicaties zijn bedoeld voor de verspreiding van kennis, zo hoop ik de wereld te verbeteren. Ik ben dan niet erg selectief in welke bladen die artikelen staan, ik wil gewoon kennis delen. Iemand vraagt me om een artikel, indien mogelijk lever ik dat graag. Daarbij begin ik dan met een inleiding waarin teruggegrepen wordt op oudere artikelen. Stel je voor dat ik een college geef en ik moet mezelf voortdurend onderbreken om erop te wijzen dat ik bepaalde dingen eerder heb gezegd bij andere gelegenheden, dat is toch ondoenlijk?”

U maakt dus onderscheid tussen originele artikelen in hoogwaardige tijdschriften en artikelen in populair-wetenschappelijke publicaties, waarin u materiaal soms hergebruikt?

“Ja. Maar om negatief te worden afgerekend door mensen die zeggen dat ik nauwelijks in hoogwaardige tijdschriften publiceer, is onjuist. Ik publiceer juist óók veel in hoogwaardige tijdschriften, want dat is ook nodig. Ik vind dat ik een ongefundeerd negatief oordeel daarover niet verdien.”

Ik neem aan dat de verhoudingen met sommige mensen aan de VU nu verstoord zijn.

“Er zijn mensen met wie ik graag een biertje dronk, met wie ik hartelijk kon lachen, dat is wel wat afgekoeld, ja. Ook binnen de VU zijn dingen op een onjuiste manier gegaan, zoals het LOWI terecht heeft geoordeeld.”

Wie is er nou eigenlijk de collateral damage in deze zaak? Uw promovenda Karima Kourtit, omdat men het op u had gemunt, of u, omdat het aanvankelijk om Kourtit ging?

“Karima Kourtit is een zeer begaafde vrouw, werkt keihard, is succesvol, een rolmodel ook binnen de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht, dus dat wekt jaloezie. Mensen zien dat aan met lede ogen en dat heeft geleid tot een onverwachte explosie.”

U verdenkt een specifieke persoon ervan de anonieme klager te zijn?

“Ik ben misschien naïef, maar niet helemaal gek. Ik kan ook teksten analyseren. Ik verdenk meerdere personen, maar ik ga het niet aanpakken als zij het hebben gedaan. Ik wacht af tot ze worden gepakt. Mensen zijn hen op het spoor, de jacht is geopend. Het recht zal zijn loop hebben.”

Peter Breedveld

{ Lees de 33  reacties }

hits 8
Door Izak van Langevelde op 20 maart 2015

Tegeltje:

Verbeter de wereld
begin bij jezelf

Door Klaas van Dijk op 20 maart 2015

Op http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/23881/rm%202011-30.pdf?seq… staat een "Research Memorandum" met als titel "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism" en met Karima Kourtit, Peter Nijkamp
Eveline van Leeuwen & Frank Bruinsma als auteurs.
.
Dit "Research Memorandum" is toch (een voorloper van) "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism in het "International Journal of Sustainable Development" ( http://www.inderscience.com/info/inarticle.php?artid=41961 )?
.
DOI: 10.1504/IJSD.2011.041961 (Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Eveline S. Van Leeuwen, Frank Bruinsma, Int. J. of Sustainable Development, 2011, 14: 179-205).
.
Iemand enig idee of er veel verschil is tussen de versie in het IJSD en de online versie op DARE?

Door Klaas van Dijk op 20 maart 2015

Peter Nijkamp: "Voordat de commissie aan haar onderzoek begon, heb ik in een oriënterend gesprek gezegd dat ze zich uitsluitend op gerefereerde en geïndexeerde, peer-reviewde publicaties moest richten."
.
Publicaties van Peter Nijkamp in het "International Journal of Sustainable Development" ( http://www.inderscience.com/jhome.php?jcode=ijsd ) en in het "International Journal of Productivity and Performance Management Information" ( http://www.emeraldgrouppublishing.com/products/journals/journals.htm?id… ) vallen hier toch ook onder?

Door Richard Gill op 21 maart 2015

Peter Nijkamp says he publishes more than average; he just has a drive. This drive has made him the most publishing economist in the world. His number one position with respect to quantity has given him a position in the top 20 of world economists, overall. I suspect that gives enormous prestige, influence, ...

Regarding citations (weighted by impact factor) he is number 1554

https://ideas.repec.org/top/top.person.alldetail.html

Door NN op 21 maart 2015

Ik kan de reactie van Van der Duyn Schouten vandaag in NRC - waarin hij schrijft aan mijn intenties te twijfelen omdat 13 van de 16 punten in mijn 2e klacht onterecht bleken - niet goed plaatsen. De letterlijke tekst van mijn klacht luidde "Veel van haar publicaties bestaan uit enorme hoeveelheden aan elkaar geplakte tekstfragmenten (bladzijden, alinea’s, zinnen) die zijn gekopieerd uit andere publicaties, net als bij het proefschrift in de meeste gevallen van coauteurs maar ook weer regelmatig van derden. In 16 publicaties buiten haar proefschrift heb ik dergelijke misstanden aangetroffen. Onder deze mail volgt hiervan een overzicht."

Daarna volgde een overzicht van 16 artikelen, waarbij ik per artikel aangaf wat er volgens mij mis mee was. Alle tekstdelen met plagiaat waarbij de bron ook in de literatuurlijst niet was genoemd stonden hierbij vermeld (dit speelde in 8 van de 16 artikelen). Als een stuk tekst letterlijk was gekopieerd zonder aanhalingstekens te plaatsen maar met bronvermelding aan het eind had ik het niet in de lijst opgenomen. Verder heb ik per artikel aangegeven of deze artikelen deels uit copy-paste waren opgebouwd. Per artikel heb ik ook een indicatie voor de ernst gegeven, waarbij ik in enkele gevallen niet bijzonder negatief geweest, met kwalificaties als “Kleine hoeveelheden copy-paste en plagiaat”.

Waarom is het punt van Van der Duyn Schouten vreemd? De 2e commissie Drenth heeft in het geheel geen onderzoek gedaan naar kopieer- en plakwerk. Om deze reden heeft de commissie naar 8 van de 16 door mij genoemde studies in het geheel niet gekeken. Uit de conclusies van de commissie Zwemmer weten we echter dat mijn punt dat studies van K+N regelmatig bladzijden bevatten die grotendeels uit aan elkaar geplakte stukken tekst bestaan gewoon bevestigd is. Naar nog één van de 8 artikelen heeft de commissie niet gekeken omdat de status daarvan onduidelijk was.

Drenth 2 is dus beperkt geweest tot slechts 7 studies, en heeft alleen gekeken naar plagiaat en niet naar de andere tekortkomingen die ik noemde. Bij 5 van de studies waarbij ik plagiaat rapporteerde had ik echter zelf al aangegeven dat het hierbij om kleine hoeveelheden ging. De commissie heeft vervolgens geoordeeld dat het plagiaat in 3 studies een serieuze omvang had, en daar haar uitspraak op gebaseerd.

Voor zover ik dat kan beoordelen is helemaal niets uit mijn klacht onterecht gebleken, en bevat mijn 2e klacht ook geen overdrijvingen of andere onjuistheden. Over de vraag of kleine hoeveelheden plagiaat een probleem zijn kan je lang en breed discussiëren. De commissie Zwemmer heeft net als Drenth 2 niet geoordeeld over kleine hoeveelheden plagiaat, ook al werd daar in 29 van de 261 onderzochte studies plagiaat van meer dan 50 woorden gevonden. Mij lijkt dat plagiaat eigenlijk helemaal nooit door de beugel kan.

Laat ik ook nog even kort iets zeggen over de achtergrond van mijn 2e klacht. Overigens ga ik hier in het document dat op de website van Gill staat ook uitgebreid in (het kan zijn dat ik me vergis, maar het lijkt wel of Van der Duyn Schouten niet de moeite heeft genomen om dit te lezen). Aanleiding voor de 2e klacht was dat K+N weinig tot geen lering leken te hebben getrokken uit de 1e klacht, vooral niet voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak. Deze was bij de behandeling van de eerste klacht weliswaar onderbelicht gebleven, maar een tweede kans houdt natuurlijk in dat je je leven op alle fronten betert. Ook waren ondertussen nog allerlei andere problemen ontdekt, door mijzelf of door anderen. Ik stuurde om die reden een mail naar de leiding van de faculteit en de afdeling RE, waarbij ik mijn zorgen over de situatie uitte en op diverse problemen inging. Zij gaven aan dat zij mijn zorgen deelden, en stelden voor dat ze met een een aantal punten zelf aan de slag zouden gaan (is ook gebeurd) en de overige punten (eventueel gezamenlijk) als nieuwe klacht in te dienen. Ik heb de 2e klacht dus niet op eigen initiatief bij de ombudsman ingediend. Dit alles vond overigens nog altijd plaats achter gesloten deuren; nog een reden waarom het onzin is dat ik alles uit de kast zou hebben getrokken om K+N te beschadigen.

De uitspraken van Van der Duyn Schouten wekken bij mij de indruk dat hij mij liever geen klachten had zien indienen. Dit ondanks het feit dat uit het onderzoek dat onafhankelijke commissies hebben uitgevoerd inmiddels is gebleken dat K+N hun werk inderdaad veelvuldig en op een ongeoorloofde manier aan elkaar copy-pasten, en dat van enkele studies grote delen uit plagiaat bestaan (en van een zeer groot aantal studies kleinere delen uit plagiaat, al is dat iets dat je tussen de regels door moet lezen in het rapport van Zwemmer).

De imagoschade die dit alles voor K+N heeft opgeleverd wordt veroorzaakt door de ernst van de beschuldigingen, en doordat er inderdaad veel mis blijkt te zijn met hun werk. Waarbij uiteraard ook de inhoudelijke tekortkomingen zeer pijnlijk zijn, of ze nu komen door een gebrek aan capaciteiten of door een twijfelachtige manier van werken waar auteurs zich bewust van waren. Als deze tekortkomingen nooit boven water waren gekomen was deze imagoschade inderdaad niet ontstaan, maar is dat dan wat Van der Duyn Schouten had gewild?

Door NN op 21 maart 2015

Los van de problemen die uiteindelijk zijn onderzocht door de commissies Drenth 1, 2 en Zwemmer blijft overigens staan dat de grootste problemen in het werk van Nijkamp en (sommige) coauteurs inhoudelijk van aard zijn. Deze inhoudelijke problemen hebben ruwweg te maken met een drietal factoren.

(1) Regelmatig is sprake van een uitzonderlijk zwakke opzet van uitgevoerde studies, die zodanig is dat geen enkele waarde kan en mag worden gehecht aan de uitkomsten (zie bijvoorbeeld het commentaar van Gill en Verbon hierop). Ik denk dat die initieel zijn veroorzaakt door onkunde van de coauteurs die bij die studies het uitvoerende werk voor hun rekening moeste nemen. Waarom deze studies de eindstreep (publicatie in een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift) hebben gehaald is lastig te verklaren. Gezien de aard en omvang van de problemen lijkt niet aannemelijk dat deze (een uitzondering daargelaten) nergens zijn opgemerkt. Een mogelijke verklaring is dat tekortkomingen op een bepaald moment wel zijn opgemerkt (door Nijkamp of tijdschriften waar manuscripten ongetwijfeld regelmatig zullen zijn afgewezen), maar dat het auteurs er niet van heeft weerhouden om publicatie toch door te zetten. Als een manuscript wordt afgewezen kan men een artikel natuurlijk altijd opnieuw indienen bij een ander tijdschrift. Het zou kunnen dat het uitstellen of afblazen van publicatie niet goed uitkwam voor de ranglijsten waar Nijkamp graag bovenaan wilde staan. Wat er precies achter zit zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Het is heel jammer dat commissies noot contact hebben gezocht met coauteurs om te proberen dit te onderzoeken.

(2) Wat ook vaak voorkomt is dat studies bij elkaar gekopieerd en geplakt zijn, meestal met alinea’s en zinnen uit bestaande studies van de auteurs zelf, of af en toe van derden (plagiaat). Dit punt is inmiddels bevestigd door de commissie Zwemmer. Het gaat echter niet primair om het zelfplagiaat op zich. Wat de manier waarop dit in het werk van Nijkamp is gebeurd zo kwalijk maak is dat vaak vrij willekeurige stukken tekst zijn geselecteerd, die niet per definitie passen bij het verhaal. Hierdoor ontstaan artikelen die inhoudelijk kant nog wal raken. Om dit punt te onderbouwen heb ik twee studies van K+N uiteen geplozen. Mijn indruk is echter dat dit vrij vaak voorkomt in de vele copy-paste studies die er zijn. Dit kopieer- en plakwerk is uiteraard een bewust proces geweest, zoals ook de commissie Zwemmer al concludeerde. Omdat deze problemen zich niet beperken tot bepaalde coauteurs lijkt Nijkamp hier zelf een sleutelrol bij hebben gespeeld.

(3) In een groot aantal studies (15 stuks tot nu toe) bestaan sterke aanwijzingen dat met data en/of resultaten gesjoemeld is. Dit is vaak zodanig van aard dat dit met alleen onkunde niet goed is te verklaren. Bijvoorbeeld omdat resultaten handmatig lijken te zijn aangepast, of omdat de data een heel andere herkomst en inhoud heeft dan wordt beweerd. Zie mijn analyses voor een uitgebreid overzicht hiervan. Opvallend (of misschien juist niet) is dat Nijkamp en zijn coauteurs tot nu toe hebben geweigerd om inzicht in data en methodologie te verstrekken.

Er is dus sprake van een lange reeks van inhoudelijke tekortkomingen en integriteitsschendingen, in alle soorten en maten, en in een zeer groot aantal studies. Nijkamp is iemand met grote (vooral organisatorische) invloed in zowel de wetenschap als de beleidswereld (als adviseur). Dit maakt dat er wel degelijk een aanzienlijk maatschappelijk belang is dat eventuele persoonlijke belangen van Nijkamp zelf en anderen overstijgt. Daarom begrijp ik het ongenoegen van Van der Duyn Schouten niet.

Door André van Delft op 21 maart 2015

In de zusterdraad "Commissie kraakt Nijkamp - VU vindt dat te hard" citeerde Richard Gill rector Van der Duyn Schouten, in NRC vandaag, zaterdag 21 maart:

"Er is de afgelopen twee jaar een hele trits van anonieme klachten gekomen van dezelfde persoon. Als ik daar nu op terugkijk, had ik waarschijnlijk eerder moeten zeggen: ik wil nu wel eens weten wat de intentie van de klager is.
Handelt deze persoon uit rancune, om iemand anders een hak te zetten? Of is hij echt zo kwetsbaar dat anonimiteit terecht is? Voor het tweede onderzoek naar Kourtit heeft deze persoon 16 punten ingediend, waarvan er 13 onterecht bleken. Dat wekt toch de indruk dat de klager alles uit de kast heeft gehaald om mensen te beschadigen."

NN weerlegt deze uitspraak hierboven in zijn reactie van 18:03. Als hij gelijk heeft is hij nu onheus bejegend door de rector.

Ik stel voor dat Van der Duyn Schouten ófwel duidelijk aantoont dat wel degelijk 13 van de 16 klachten onterecht zijn gebleken, ófwel zijn uitspraken in dezelfde NRC publiekelijk rectificeert.

Door Klaas van Dijk op 22 maart 2015

Met betrekking tot "Evaluation of cyber-tools in cultural tourism" heb ik ondertussen alle 37 door NN ontdekte passages van plagiaat (exclusief zelf plagiaat, zie pag 4 en pag 69-71 van het document van NN) zelf ook gevonden en aangegeven in de "Research Memorandum 2011-30" versie. Ondertussen ben ik ook in het bezit van de versie die is verschenen in het peer-reviewed tijdsschrift Int. J. of Sustainable Development (2011, 14, pp 179-205). Verschillen tussen de "Research Memorandum 2011-30" versie en de versie in het Int. J. of Sustainable Development lijken verwaarloosbaar (Internet = internet, etc.). Volgens mij is het een (nagenoeg) identieke versie met alleen wat aanpassingen aan de spellling (met name het gebruik van hoofdletters). Alle passages van plagiaat kan ik dus ook allemaal vinden in deze versie en alles heb ik in deze versie aangegeven. Het lijkt erop dat bron [3] en bron [6] (pag 70 document NN) betrekking heeft op hetzelfde artikel? De norm van de Commissie Zwemmer (minimaal 50 woorden geplagieerde tekst) wordt zeker drie maal overschreden (passages van 120, 75 en 55 woorden, vlot geteld).
.
Bron [10] (pag 70 document NN) trok mijn aandacht omdat ik anderhalf jaar geleden zelf een toeristisch bezoek aan Myanmar heb gebracht. De bron staat echter niet in "Cyber-tools". Google weet deze bron natuurlijk wel te vinden. Zie http://www.bntt.org/Discussion/DP37.pdf Volgens mij is het niveau van dit mooie rapport ('Discussion paper') stukken hoger en zit het heel wat beter in elkaar dan 'Cyber-Tools'. Hierbij een uitnodiging aan Peter Nijkamp om een weerwoord op mijn visie te geven dat het niveau van het rapport over het tourisme in Myanmar heel wat hoger is dan het niveau van zijn peer-reviewed artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Int. J. of Sustainable Development (met daarbij ook de aantekening dat er vier auteurs staan bij zijn artikel over 'Cyber-Tools').
.
NN heeft ook gelijk dat 'Cyber-Tools' (net als andere stukken) vol staan met subjectieve waardeoordelen. Soms heel erg verborgen (bijvoorbeeld de tekst '(diversity is enriching)' (pag 14 Research Memorandum, onderaan, tussen allerlei stukken geplagieerde tekst).
.
De bijlage van het rapport van de Commissie Zwemmer mag dan wel geheim zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat het artikel 'Cyber-Tools' niet bij het onderzoek is betrokken (de PDF is gewoon goed leesbaar, kan gewoon worden gedownload, het tijdschrift Int. J. of Sustainable Development past peer-review toe, etc.).
.
Staat "Cyber-Tools" ook vol met 'zelfplagiaat (= stukken tekst die ook zijn te vinden in eerdere documenten van Peter Nijkamp en/of Karima Kourtit al dan niet samen met anderen)?

Door Richard Gill op 22 maart 2015

Sano: u bent nu zelf laster aan het verspreiden. Is dat nou zo verstandig?

Door Richard Gill op 22 maart 2015

Sano: u beledigt, en u verspreidt laster. U zegt dat "de NN clan" valse aanklachten verspreidt, en dat ze dat doet met de opzet om de goede reputatie van prof. Nijkamp te beschadigen.

Door Klaas van Dijk op 22 maart 2015

Het rapport van de Commissie Drenth2 mag dan wel geheim zijn, maar de NOS heeft niet anonieme versie van het LOWI-rapport over deze zaak online gezet.
.
Dit LOWI-rapport citeert uitgebreid uit het rapport van de Commissie Drenth2 en uit het voorlopige besluit van het CvB van de VU. De bevindingen van NN met betrekking tot grootschalige plagiaat in het 'Cyber-Tools' artikel komen bijna geheel overeen met de bevindingen van de Commissie Drenth2. Dat kan iedereen zo nalezen (pag 15 LOWI-advies). Het CvB van de VU heeft dit allemaal overgenomen en heeft het advies van de Commissie Drenth2 overgenomen dat het artikel teruggtrokken moet worden. Dat is een mooie overwinning voor NN.
.
Peter Nijkamp en Karima Kourtit hebben zich bij het LOWI eruit gepraat door op de proppen te komen met de term "collectief referentiesysteem". Het LOWI-advies vermeldt geen bronnen waarop Peter Nijkamp en Karima Kourtit zich beroepen (staan wellicht in hun stukken / pleitnota's, etc. die in het dossier moeten zitten). Hierbij een oproep aan Peter Nijkamp om wat referenties te geven naar artikelen in fatsoenlijke peer-reviewed journals met een impact factor waarin staat te lezen dat zo'n "collectief referentiesysteem" een normale gang van zaken is bij orginal research papers die worden gepubliceerd in peer-reviewed journals.
.
Het is erg de moeite waard het LOWI-advies goed door te lezen. Karima Kourtit wordt wel degelijk door LOWI beschuldigd van 'onzorgvuldig handelen'. Tweemaal wegens plagiaat in de beide andere artikelen waar de Commissie Drenth2 ook al van vond dat er (kleine) stukjes tekst uit andere bronnen waren overgeschreven. Naar het oordeel van het LOWI is er nog geen sprake van 'schending van de wetenschappelijke integriteit', omdat het ging om kleine stukjes tekst (iets wat NN ook al had vastgesteld). Ook hier had NN dus gelijk.
.
Daarnaast staat in het LOWI-advies dat Eveline van Leeuwen en Frank Bruinsma bewust hebben afgezien van het zich voegen bij het beroep wat Karima Kourtit en Peter Nijkamp bij LOWI hebben aangetekend. Je zou kunnen redeneren dat deze beide auteurs van het 'Cyber-Tools' artikel zich dus hebben neergelegd bij het aanvankelijk oordeel van het CvB van de VU.
.
Tot slot is ook nog niet gezegd dat het CvB van de VU het advies van LOWI gaat overnemen. Het CvB van de VU moet namelijk nu een definitief oordeel geven over de tweede klacht van NN (= de klacht van 22 november 2013). Het CvB van de VU kan namelijk ook besluiten om het advies van LOWI (deels) naast zich neer te leggen.
.
In het LOWI-advies wordt ook gesproken over 'een literatuurrapport uit 2008' van waaruit 'Cyber-Tools' is samensgesteld. Staat dit 'literatuurrapport' online?

Door Richard Gill op 22 maart 2015

Toch vind ik dat je met betrekking tot de "cybertools" artikel niet kan spreken van "plagiaat". "Plagiaat" betekent werk van anderen bewust stelen, en dan doen alsof het van je zelf is. Het artikel is gewoon ongelofelijk slordig geschreven. Het is slecht onderzoek. De auteurs hebben mbv Google een stel artikelen bij elkaar verzameld die over cyber-tourisme gaan. Vervolgens willen doen ze een SWOT analyse door onderwerpen (items) uit die artikelen te verdelen in "strengths", "weaknesses", "opportunities" en "threats". Ze tellen hoe vaak elk item in de literatuur genoemd wordt. Als het veel genoemd word vinden ze het een grote Strength - Weakness - ... . Tenslotte wordt met behulp van een SCM (Strategic Choice Matrix - Kourtit and Nijkamp 2010) de grootste sterktes en zwaktes tegen elkaar uitgespeeld. Dit leidt tot de volgende conclusie "Improvements of information can help the comparison of websites with tourist information, at times quite basic, and at times quite sophisticated, possibly with an indication of suggested cultural itinerary and tours, as well as information about cultural economic values of tourist destinations. All this will provide reliable and appropriate links between distinct and homogeneous sources of information. This can affect the user’s behaviour towards a more sustainable use of ICT tools and the information from databases based on location and area, time and user profile relevance."

De studie zou je een "meta-analyse" kunnen noemen: ze proberen de resultaten van eerdere analyses te bundelen. Er zijn twee literatuur lijsten: één van de artikelen die ze in de tekst citeren, één van de artikelen die onderwerp van de studie zijn (dus: input tot de meta-analyse). Kennelijk zijn de auteurs een aantal verwijzingen vergeten.

Hier is geen poging tot diefstal van andermans intellectuele eigendom. Hier is gewoon slordigheid. En voor zover ik kan zien, een grote mate van "garbage in, garbage out". Je hoeft dit onderzoek niet te doen om te concluderen dat cybertourism verbeterd zou worden door betere informatievoorziening.

De enige reden om dit onderzoek te doen is om publicaties te scoren om een academisch carriere in de Regionale Economie te bevorderen.

Door Richard Gill op 22 maart 2015

By the way, the idea of using a SWOT to do SC is not new and not due to Kourtit and Nijkamp. "Strengths" and "weaknesses" are properties of the organisation you are studying. "Opportunities" and "threats" are properties of the environment in which it operates. The SCM (strategic choice matrix) means that you look at the four pairs of one internal and one external factor in turn: SO (strengths-opportunities), ST (strengths-threats), WO (weaknesses-opportunities), WT (weaknesses-threats); in order to figure out your strategy. The cybertools article seems to imply that this approach was invented by Kourtit and Nijkamp but it is just a standard trick in management science.

Door Richard Gill op 22 maart 2015

There certainly are a number of passages in the cybertools article which seem to be copy-pasted from articles which did *not* find their way into either reference list in the paper. For instance:

"The Internet provides consumers with an increasing number of options for obtaining information and organizing their trips, for extending travel choices, and for obtaining price transparency in a highly competitive online environment"

can be found in a paper "BIMSTEC-Japan Cooperation in Tourism Development: Myanmar Perspective" by Aung Kyaw Oo, CSIRD Discussion Paper #37, 2008.

On the other hand one can hardly call this statement a deep scientific insight which clearly ought to be attributed to the first brilliant person who came up with it.

Door NN op 22 maart 2015

De discussie of in bepaalde studies wel of niet sprake is van plagiaat is denk ik deels semantisch. Het letterlijk van anderen kopiëren van korte of lange stukken tekst zonder enige bronvermelding wordt doorgaans als schoolvoorbeeld van plagiaat gezien. Stel dat een auteurs een verwijzingen en aanhalingstekens per ongeluk vergeet: dan zou mijns inziens nog altijd sprake zijn van plagiaat, maar dit heeft dan niet opzettelijk plaatsgevonden en is dus (veel) minder ernstig.

Artikel 1.3 van de Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VSNU wijst op een vergelijkbare definitie van plagiaat:
“Door correcte bronvermelding wordt duidelijk gemaakt welke de intellectuele herkomst is van de geciteerde of geparafraseerde teksten. […] Zonder bronvermelding worden geen teksten of resultaten van onderzoek van anderen overgenomen.”

Als de bronvermelding niet correct is, of dit nu opzettelijk is of niet, is dus sprake van plagiaat c.q. overtreding van de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Het is onzin om (zoals K+N beweren) te stellen dat de tekst in “Evaluation of Cyber-Tools” op wat voor wijze dan ook duidelijk maakt dat de tekst van paragraaf 3 letterlijk uit van anderen gekopieerde tekst bestaat of dat een “collectief referentiesysteem” zou zijn gehanteerd. De tekst beschrijft op welke wijze de SWOT analyse is uitgevoerd, geeft aan dat de literatuur daarbij is gescand, en vertelt dat de complete resultaten van deze analyses in Appendix A staan. In dit appendix staat inderdaad een keurig overzicht van de bronnen van dit literatuuronderzoek, die (grotendeels) weer corresponderen met de aparte lijst met referenties van het literatuuronderzoek.

Alles lijkt er op te wijzen dat we in paragraaf 3 een door de auteurs zelf geschreven tekst vinden waarin ze de SWOT analyse (waarvan de complete inhoud in Appendix A te vinden is) bespreken. In de tekst staat over de SWOT het volgende geschreven:

“This will be undertaken here by means of a systematic analysis of various e-services effects in the tourist sector.”

“The main source of our research on various socio-economic effects of e-services is qualitatively identified on the basis of the information found in academic and management publications […].This information is here concisely reviewed and summarized.”

“In this section we will offer a systematic description of the most important strengths, weaknesses, opportunities and threats of e-services in general (see Table 1).”

Wat K+N dus rest is een beroep op onkunde/onwetendheid, precies zoals bij Drenth 1 is gebeurd. Dit lijkt me erg ongeloofwaardig, en staat in sterk contrast met de manier waarop K+N zichzelf positioneren als zeer begaafde onderzoekers. Beweren ze echt dat ze dachten dat het geoorloofd is om een literatuuroverzicht op te bouwen uit aan elkaar geplakte stukken plagiaat? Ik zie in dezen ook het onderscheid tussen plagiaat in een literatuuroverzicht en plagiaat in de rest van een artikel niet. Waar halen ze dit vandaan? Dat plagiaat een wetenschappelijke doodzonde is mag algemeen bekend worden verondersteld, en van het bestaan van een regel die literatuurbesprekingen of populair wetenschappelijke bijdragen hiervan uitsluit heb ik nog nooit gehoord. Nijkamp beweert stellig dat deze werkwijze in zijn kringen niet ongebruikelijk is: kan hij hier voorbeelden van geven?

Doel van een literatuuroverzicht is juist om de bestaande literatuur in eigen woorden kritisch te beschouwen, te bespreken wat de belangrijkste inzichten zijn, aan te geven waar consensus bestaat en waar niet, wat de belangrijke vragen zijn die nog onderzocht moeten worden, enz. In een literatuuroverzicht wordt veelvuldig naar de literatuur gerefereerd, in de eerste plaats om het wetenschappelijk publiek in de gelegenheid te stellen alles te traceren en te reproduceren. Hoe kan een wetenschapper met droge ogen beweren dat een literatuuroverzicht kan worden gemaakt zonder naar de literatuur te refereren.

Wat het doel van het plagiaat is geweest (pronken met ander mans veren of met zo min mogelijk moeite aan de lopende band nieuwe artikelen aan elkaar copy-pasten) is helemaal niet relevant. Het gaat niet om het doel, het gaat om de vraag of auteurs zich er bewust van waren of niet. Als auteurs zich er niet van bewust waren dat ze zich schuldig maakten aan plagiaat c.q. het overtreden van wetenschappelijke normen, is slechts sprake van slechte wetenschap. Als ze zich er wel van bewust waren is sprake van schending van wetenschappelijke integriteit. Zelfs als K+N niet wisten dat plagiaat ook in een literatuuroverzicht niet is toegestaan blijft het een feit dat plagiaat in kleinere hoeveelheden ook zeer frequent voorkomt in een groot aantal studies van K+N. Ze hebben nooit gesteld helemaal niet te hebben geweten dat plagiaat (in de enge zin van het letterlijk kopiëren van tekst van anderen zonder enige bronvermelding) in de wetenschap niet is toegestaan. Ook in het Cyber artikel komt dit buiten het literatuurhoofdstuk regelmatig voor. Mijn stelling is dat het letterlijk kopiëren van tekst slechts mogelijk is door het bewust betasten van de Ctrl+C en Ctrl+V toetsen, daarom niet onbewust kan zijn gebeurd, en dat dus sprake is geweest van een schending van wetenschappelijke integriteit.

Natuurlijk valt het probleem met plagiaat dan weer in het niet bij wat er inhoudelijk mis is met de diverse studies die ter discussie staan, daarover zijn we het volledig eens.

Door Richard Gill op 22 maart 2015

From www.plagiarism.org:

"According to the Merriam-Webster online dictionary, to "plagiarise" means

* to steal and pass off (the ideas or words of another) as one's own

* to use (another's production) without crediting the source

* to commit literary theft

* to present as new and original an idea or product derived from an existing source

In other words, plagiarism is an act of fraud. It involves both stealing someone else's work and lying about it afterward."

Hanlon's razor says "Never attribute to malice that which is adequately explained by stupidity". I find it very helpful in understanding the world around me.

Door Klaas van Dijk op 22 maart 2015

De niet-geanonimiseerde versie van het LOWI-advies kan worden gebruikt om een tijdspad te reconstrueren rond de promotie van Karima Kourtit.
.
Op pagina 5 van het LOWI staat dat het CvB van de VU op 18 juni 2014 heeft besloten dat ze het advies van de Commissie Drenth2 overnemen. In dit besluit van het CvB staat (zie ook pag 3 van het LOWI-advies) dat de klacht van NN van november 2013 gegrond werd verklaard, dat Karima Kourtit en Peter Nijkamp zich schuldig hadden gemaakt aan een schending van de wetenschappelijke integriteit en dat het 'Cyber-Tools' artikel teruggetrokken moest worden.
.
De promotie van Karima Kourtit vond plaats op 25 juni 2014 (dus zeven dagen later).
.
"Er heerst een wat onwezenlijke sfeer" is een citaat van Peter Breedveld ( http://advalvas.vu.nl/nieuws/je-hebt-dit-gevecht-gewonnen ). Daar kan ik me veel bij voorstellen.
.
Dit is toch toneelspelen voor gevorderden? Hoe kun je nu met droge ogen beweren dat er tijdens die promotie van Karima Kourtit niets aan de hand was? Ook de Commissie Zwemmer was op dat moment nog druk bezig met hun onderzoek. Erg bizar allemaal.

Door NN op 22 maart 2015

www.plagiarism.org also states that:

"All of the following are considered plagiarism:

* turning in someone else's work as your own

* copying words or ideas from someone else without giving credit

* failing to put a quotation in quotation marks

* giving incorrect information about the source of a quotation

* changing words but copying the sentence structure of a source without giving credit

* copying so many words or ideas from a source that it makes up the majority of your work, whether you give credit or not (see our section on "fair use" rules)"

It seems to me that that the points 2 (by literally copying words), 3 and 4 have been violated. Your source presents each of these as a sufficient condition to speak of plagiarism.

Anyway, I think this discussion is mostly about semantics, as we seem to agree that the real problem with plagiarism is when it was a deliberate act.

Furthermore, I agree that we have to be careful to not attribute errors that might also be explained by stupidity to deliberate acts of fraud. And by now we know that there is a lot of stupidity in the work of K+N, which does not make this explanation entirely unlikely.

Many things could indeed by explained by stupidity. However, there are also issues where stupidity does not provide a good explanation. This holds for various data-related issues (yes, I know you find it too early to exclude any alternative explanations), but also to some extent for plagiarism. The only way to get text from other authors literally in your own work is by deliberately copying it. There are many more examples in my analyses.

Door Klaas van Dijk op 22 maart 2015

Uit het interview met Peter Breedveld (op Ad Valvas):
.
PB "De commissie vindt het vreemd dat u zoveel publiceert…". PN "Wat ik heel kwalijk vind, want het was de opdracht helemaal niet om daarover een waardeoordeel te vellen. Zoveel publiceer ik ook helemaal niet."
.
In het verweerschrift van Peter Nijkamp staat: "In het ongeveer 40.000 pagina’s tellende gehele oeuvre van Nijkamp (...)". Dat zijn dus 40 boeken van ieder 1000 pagina's (of 80 boeken van ieder 500 pagina's). Dat is een enorme stapel papier. Weliswaar zegt Peter Nijkamp er nog wel bij "(met vele co-auteurs)", maar dan nog blijft het erg veel.

PB: "De commissie verwijt u ‘questionable research practice’…" PN "‘Questionable’ betekent niet per definitie verkeerd".
.
Eerder heb ik hier op Ad Valvas al gerefereerd naar een recent boek van Kees Schuyt met als titel 'Tussen fout en fraude'[ondertitel 'Integriteit en oneerlijk gedrag in wetenschappelijk onderzoek']. In dit boek staat heel duidelijk uitgelegd dat er vier categorieën zijn van gedrag: (1) fouten, groot en klein; (2) slordigheden, groot en klein; (3) ‘questionable research practice’ (kwestieuze onderzoekspraktijken, waarbij sprake is van bewust gedrag); (4) schendingen van de wetenschappelijke integriteit.
.
Ter gelegenheid van het afscheid van Kees Schuyt als voorzitter van LOWI is er eind 2014 een afscheidsymposium georganiseerd waarbij dit boek is gepresenteerd. Het afscheidssymposium was bedoeld voor mensen van universiteiten die zich bezig houden met wetenschappelijke integriteit (dus bv de leden van de CWI, Vertrouwenspersonen, etc.). Volgens mij was de minister er ook. Iedere deelnemer kreeg een exemplaar van het boek. Het boek bestaat deels uit hoofdstukken die zijn herschreven (cq onderwerpen waar Kees Schuyt wel eens een lezing ofzo over heeft gegeven) en deels uit nieuw materiaal. Daarnaast vat Kees Schuyt natuurlijk een aantal zaken samen m.b.t. de klachten die bij LOWI langs zijn gekomen (zonder diep op details in te gaan). Volgens mij baseert de Commissie Zwemmer zich gewoon op de visie in het boek van Kees Schuyt. Ik denk dat Peter Nijkamp het boek van Kees Schuyt maar eens goed moet doorlezen. Het is een boek wat je rustig moet lezen en rustig tot je moet laten doordringen.

Door Klaas van Dijk op 22 maart 2015

Nog weer even wat citaten uit het weerwoord van Peter Nijkamp.

"De onzorgvuldige aanpak van de cie. Zwemmer getuigt van goed bedoeld hobbyisme, maar bewijst opnieuw dat een integriteitsonderzoek met behulp van computerscans een gevaarlijke zaak is in de handen van niet-deskundigen. Helaas bevatte de cie. Zwemmer geen enkele expert op mijn vakgebied. Wetenschapsassessment hoort nu eenmaal door disciplinaire deskundigen op een bepaald vakgebied te worden uitgevoerd."
.
Prof. dr. DE Grobbee komt uit de medische hoek en heeft volgens PUBmed de wereld aan artikelen op zijn naam staan (idem op zijn profiel op Narcis). Prof. Gunning is een econoom (net als Peter Nijkamp) en heeft ook een heel stel publicaties op zijn naam staan. De opdracht van de Commissie Zwemmer was bovendien helemaal niet gericht op de inhoud van de publicaties van Peter Nijkamp. Meer dan genoeg ervaring dus om al die publicaties van Peter Nijkamp op hun merites te beoordelen (wel of niet gepubliceerd in een peer-reviewed journal, opbouw van de artikelen, etc.). De algemene opbouw van artikelen uit de medische hoek is echt niet totaal anders dan de algemene opbouw van artikelen uit de economische hoek.
.
"Stel ik zeg in een artikel: “Volgens Pieterse (2002) zal in de eeuw van de globalisering de migratie sterk toenemen”. Mag ik dan deze zin (inclusief keurige bronverwijzing) niet in een volgend artikel letterlijk opnieuw gebruiken? Wat schieten we ermee op als ik in plaats daarvan zou zeggen: “De migratie zal sterk bevorderd worden in de eeuw van de globalisering” (Pieterse, 2002)? Deze identieke informatie zal door de computer echter niet herkend worden als ‘similarity’. In de computerscans van de cie. Zwemmer zijn van zulke passages talloze voorbeelden te vinden."
.
De Commissie Zwemmer heeft alle overlappende passages van minder dan 50 woorden niet meegeteld.
.
"Bovendien had (..) de heer Gunning (...) zich wegens schijn van partijdigheid en gebrek aan onafhankelijkheid dienen te verschonen."
.
Prof Gunning is ook een econoom aan de VU dus hij zal Peter Nijkamp vast. Een ruzie uit het verleden? Of iedereen onder de tafel proberen te schoffelen?
.
"Op mijn vakgebied (...) bestaan wellicht ongeveer 20 à 30 internationale topjournals met een zware kwaliteitscontrole. (...). Ik heb in de meeste van deze journals gepubliceerd, en niet één maal maar vaak diverse malen. (...) Het aantal hoogwaardige artikelen dat ik op jaarbasis in echte topjournals publiceer is misschien 15."
.
Is er iemand die in staat is om bovenstaande uitspraak van Peter Nijkamp met behulp van een lijst over pak hem beet de afgelopen tien jaar (of vanaf 1995) te reconstrueren? Jammer dat economen niet zoiets hebben als Pubmed.

Door Richard Gill op 23 maart 2015

NN, I think we agree that there is a big semantic issue. I do suppose that Kourtit deliberately uses cntrl-C, cntl-V a very great deal, just like her teacher Nijkamp. And his other students. So the copying is deliberate. On the other hand, is it done with the intention to deceive? Does it mislead anyone? It is obviously a very questionable research practice to copy paste large passages of text without even adding quotation marks or a footnote. In fact, if your paper is supposed to be some kind of literature survey, then in my opinion every sensible scientist knows that it's your responsibility to give proper attribution to each and every copied text. It's not difficult to do and can be done in an unobtrusive manner. So there is no excuse not to do it, and not doing that, makes your paper pretty much worthless. Moreover, this bad habit facilitates bad mistakes, such as copy-pasting some text and then forgetting which paper you took it from and not even adding that paper in the list of references.

Abysmal quality. The intellectual content is zero and the quality of the scholarship is zero. In my university we wouldn't accept this as a bachelor thesis.

Door Richard Gill op 23 maart 2015

By the way there is not only a semantic issue but also a legal issue. If a scientist lies or steals then they can be fired. But if they are merely incompetent or careless then probably not. In the second case one cannot so much blame the scientist as the people who hired him or her, and the organisations which funded him or her, and the reviewers and editors who accepted the papers.

Similarly, from the other side, one should criticise bad science, but should be wary of criticising bad scientists. There have been plenty of cases in Netherlands and around the world where some scientist published justifiable criticism of some scientific work and then got taken to court for slander.

Door Richard Gill op 23 maart 2015

The economists have repec: https://ideas.repec.org/ But already just a glance at Google scholar shows that Peter Nijkamp has published a lot of papers in good journals which get a lot of citations. He did not get a Spinoza prize for nothing.

Door Klaas van Dijk op 23 maart 2015

In zijn verweerschrift brandt Peter Nijkamp het werk van de Commissie Drenth2 (en het gelijkluidende oordeel van het CvB van de VU) tot de grond toe af.
.
Voor wat betreft de procedurele bezwaren ("de VU had ten onrechte anonieme klachten over mij in behandeling genomen") heeft Peter Nijkamp ongelijk. In het LOWI-advies is te lezen dat LOWI tot de conclusie kwam dat het Klachtenreglement van de VU wel degelijk ruimte bood (en biedt) voor het in behandeling nemen van anonieme klachten.
.
Daarnaast wordt na goed lezen van het LOWI-advies duidelijk dat de Commissie Drenth2 (en het CvB van de VU) tot het oordeel zijn gekomen dat de beide VU-medewerkers Eveline van Leeuwen en Frank Bruinsma zich wel degelijk schuldig hebben gemaakt aan plagiaat en daardoor aan een schending van de wetenschappelijke integriteit. In het LOWI-advies staat dat beide VU-medewerkers aan LOWI hebben laten weten dat ze geen beroep willen aantekenen bij LOWI tegen dit oordeel van het CvB van de VU. Niet iedereen is het dus eens met de visie van Peter Nijkamp (en Karima Kourtit).
.
Tot slot staat op pagina 18 van het LOWI-advies (onder het kopje 'publicaties 7 en 8 in onderlinge samenhang') duidelijk te lezen dat Karima Kourtit 'verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld'.
.
Hier is de vraag waarom LOWI bij het bespreken van de 'onderlinge samenhang' met betrekking tot de werkwijze van Karima Kourtit het oordeel van de Commissie Drenth1 (het oordeel van het CvB van de VU is gelijk) niet heeft meegewogen. Het gaat om het volgende oordeel "De commissie bestempelt deze van vorm van incorrecte bronvermelding, conform de geldende regels, als plagiaat." (citaat komt van de samenvatting op de site van de VSNU). Hoe kan het dat dit harde oordeel niet is meegenomen?

Door Klaas van Dijk op 23 maart 2015

Door NN op 21 maart 2015 - 18:03, "Ik kan de reactie van Van der Duyn Schouten vandaag in NRC - waarin hij schrijft aan mijn intenties te twijfelen omdat 13 van de 16 punten in mijn 2e klacht onterecht bleken - niet goed plaatsen." Bedankt voor uw beschaafde reactie.
.
Van der Duyn Schouten moet niet zeuren en moet niet zielig doen. De eerste klacht van NN heeft geleid tot Commissie Drenth1 en tot de conclusie dat in ieder geval Karima Kourtit zich schuldig had gemaakt aan plagiaat in het teruggetrokken proefschrift. Het CvB van de VU (en dus ook Van der Duyn Schouten) heeft de conclusie van Commissie Drenth1 ongewijzigd overgenomen. De tweede klacht van NN heeft geleid tot Commissie Drenth2 en tot de conclusie dat Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Eveline van Leeuwen en Frank Bruinsma zich schuldig hadden gemaakt aan plagiaat. Het CvB van de VU (en dus ook Van der Duyn Schouten) heeft de conclusie van Commissie Drenth1 in juni 2014 ongewijzigd overgenomen. Een week later heeft Van der Duyn Schouten een toneelstukje opgevoerd door als voorzitter op te treden bij de promotie van Karima Kourtit.
.
Speurwerk van onder andere NRC / Frank van Kolfschooten heeft geleid tot het instellen van de Commissie Zwemmer. In het rapport staan twee belangrijke conclusies:
(1): "de commissie is van mening dat het aantal publicaties met overlappende passages (60 van 261) groot is, namelijk ruim twintig procent, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat mogelijke overlappende passages met publicaties die om verscheidene redenen niet in het onderzoek werden meegenomen, niet aan het licht konden komen." [een paar woordjes verschoven in voorgaand citaat].
(2): "Ook als alleen de overlap met publicaties uit de interne lijst van gerefereerde in Metis opgenomen publicaties in aanmerking wordt genomen (43 publicaties) blijft het aantal publicaties met overlap groot."
Ook deze conclusies zijn ongewijzigd overgenomen door het CvB van de VU.
.
Vreemd genoeg rept Peter Nijkamp in zijn verweer met geen woord over de 17 publicaties met overlappende passages uit teksten die niet door hem en/of zijn co-auteurs zijn geschreven. Bovendien vergelijkt Peter Nijkamp steevast de 43 publicaties met de 40.000 pagina's van zijn gehele oevre, terwijl de Commissie Zwemmer nu juist niet heeft gekeken naar boeken, rapporten, publicaties van voor 1995 (etc.).

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.