Commissie kraakt Nijkamp - VU vindt dat te hard

NIEUWS

Campus  17 maart 2015

Commissie kraakt Nijkamp - VU vindt dat te hard

reacties 32

Ruimtelijk econoom Peter Nijkamp heeft zich schuldig gemaakt aan 'questionable research practice' ofwel 'twijfelachtige onderzoekspraktijken'. Dat schrijft de commissie-Zwemmer, die Nijkamps werk in opdracht van de VU heeft onderzocht op plagiaat en zelfplagiaat.

Het college van bestuur van de VU, dat het eindrapport van de onderzoekscommissie vandaag openbaar maakt, neemt afstand van de term ‘questionable research practice’. “Omdat de commissie niet ieder artikel individueel heeft onderzocht gebruiken we deze term niet”, aldus VU-rector Frank van der Duyn Schouten. Nijkamp zelf noemt het rapport "absoluut broddelwerk."

De commissie, genaamd naar de voorzitter ervan, emeritus UvA-hoogleraar Jaap Zwemmer, deed het onderzoek in opdracht van de VU naar aanleiding van een publicatie in NRC Handelsblad van 6 januari 2014, waarin Nijkamp werd beschuldigd van wetenschappelijk wangedrag.

Knip- en plakwerk

Twintig procent van de onderzochte wetenschappelijke, peer-reviewde publicaties van Nijkamp bevat gevallen van zelfplagiaat, blijkt uit de eindrapportage van de commissie. Nijkamp en zijn coauteurs hadden daarbij zonder bronvermelding stukken tekst uit eerdere publicaties hergebruikt in nieuwe publicaties.

In een klein aantal gevallen was er ook sprake van plagiaat, maar daarbij was niet duidelijk of Nijkamp & co anderen plagieerden of die anderen hen. Bovendien ging het dan om slechts enkele zinnen.

In de onderzochte publicaties gaat het feitelijk om ‘knip- en plakwerk’, schrijft de commissie, ‘soms met minieme aanpassingen’ om ‘zo weer tot een nieuwe publicatie te komen’. ‘Daarmee is ook een mogelijke verklaring gegeven voor het ontzagwekkende aantal publicaties van Nijkamp’, aldus de commissie. Zij snapt die strategie niet, omdat Nijkamps faculteit bij de beoordeling van een onderzoeker juist de nadruk legt op de kwaliteit van de artikelen, en niet op de kwantiteit.

Het afgelopen jaar wezen veel mensen, onder wie Nijkamp zelf, op het feit dat het begrip zelfplagiaat niet eens bestond en dat hij zich er dus ook niet aan kon schuldig hebben gemaakt. Die vlieger gaat niet op, meent de commissie. 'Essentieel element van wetenschappelijk onderzoek is immers dat voorzover het niet origineel is, daarvan door bronvermelding rekenschap wordt gegeven. Dat geldt ook voor hergebruik van eigen teksten.'

Marginale rol

Het college van bestuur is tevreden over het werk van de commissie-Zwemmer, maar vindt dat ze niet al haar eindoordelen hard kan maken. “Gelet op de omvang van het oeuvre heeft de commissie logischerwijs gekozen voor een kwantitatief-mechanische aanpak”, zegt Van der Duyn Schouten, “waarbij is gezocht naar overeenkomende passages van vijftig woorden of meer in verschillende artikelen.”

Maar de commissie heeft niet gespecificeerd bij welke passages het gaat om herhaling van methodebeschrijving – wat acceptabel kan zijn - of meer inhoudelijke zelfcitatie. Het is volgens de rector bovendien niet duidelijk welke rol de hergebruikte teksten hebben gespeeld “in de totale boodschap van het artikel”. “Dan krijg je straks een discussie over de marginale rol van die passages, we willen geen ongegronde conclusies trekken”, aldus Van der Duyn Schouten.

Bovendien heeft universiteitenkoepel VSNU op aandringen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen KNAW pas vorig jaar voor het eerst een expliciete regel ten aanzien van het hergebruik van eigen teksten opgenomen in haar gedragscode. De commissie-Zwemmer is daar niet zo van onder de indruk en wijst erop dat ‘ook in 1995 al duidelijk was dat hergebruik van eigen teksten zonder bronvermelding problematische vormen kon aannemen.’

“Maar voor wie was dat dan duidelijk en waaruit blijkt dat precies?” werpt Van der Duyn Schouten tegen. “Dat wordt een discussie die de hoofdboodschap van de commissie-Zwemmer eerder zal vertroebelen dan verhelderen.”

Ook is het aantal publicaties dat door de mand viel uiteindelijk relatief niet heel groot. Het gaat om 43 publicaties waarin hergebruikte teksten stonden en die in wetenschappelijke tijdschriften zijn gepubliceerd. In totaal zijn 261 publicaties onderzocht, allemaal van na 1995, door ze door een plagiaatscanner te halen en daarna handmatig te bepalen of er in het geval van overeenkomstige passages sprake was van plagiaat en welke soort plagiaat. Publicaties van voor 1995 zijn niet onderzocht omdat ze niet digitaal beschikbaar waren.

Onvoldoende basis

Uiteindelijk biedt de commissie volgens de rector “onvoldoende basis om per artikel van questionable research practice te spreken.” Desalniettemin heeft ze volgens hem wel duidelijk gemaakt wat de aard en omvang van het probleem is. “Daaruit zullen we lessen voor de toekomst trekken.”

Bij het rapport zit een bijlage waarin alle onderzochte publicaties zijn genoemd, met de auteurs en coauteurs en de geconstateerde gevallen van zelfplagiaat. Die bijlage maakt de VU niet openbaar, om Nijkamps coauteurs te beschermen. “Liever roepen wij iedereen die met Nijkamp heeft samengewerkt op tot zelfreflectie om dan eventueel te besluiten of een publicatie ofwel teruggetrokken ofwel gecorrigeerd moet worden.“

De kwestie-Nijkamp begon vorig jaar met een anonieme klacht over het proefschrift van een promovenda van Nijkamp, Karima Kourtit, die op het punt stond te promoveren. De afhandeling van die klacht beviel de anonymus niet, die daarop de publiciteit zocht en nog twee keer een klacht indiende, waarbij hij Nijkamp uiteindelijk ook van fraude beschuldigde.

Het LOWI, Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, tikte de VU vorige week op de vingers vanwege de manier waarop de VU, die het proefschrift liet onderzoeken door de commissie-Drenth,  de zaak in de publiciteit bracht en die waarop de klacht werd afgehandeld.

Persoonlijke heksenjacht

“Daar heeft het LOWI gedeeltelijk gelijk in”, zegt Van der Duyn Schouten. “De VU had haar interne procedure niet op orde. Een ombudsman die de klacht in behandeling neemt en daarna ook nog in de commissie gaat zitten die het gewraakte proefschrift onderzoekt, dat kan niet.”

Maar het LOWI stelt ook dat de VU de klacht niet in behandeling had mogen nemen omdat die anoniem was. “Daar ben ik het niet mee eens”, zegt de rector. Hij vindt dat er ruimte moet zijn om anoniem aan de bel te trekken, bijvoorbeeld als je je promotor betrapt op wanpraktijken, terwijl je van hem afhankelijk bent.

“Wel kun je je afvragen of er geen sprake is van een persoonlijke heksenjacht, als iemand voor de derde keer een klacht indient tegen één persoon”, aldus Van der Duyn Schouten.

Boegbeeld van de VU

Nijkamp werd in 2008 de eerste universiteitshoogleraar van de VU, een prestigepositie voor ‘uitzonderlijke hoogleraren die internationaal erkend en gerespecteerd worden als leider op hun onderzoeksgebied.’ Het afgelopen jaar is er echter veel discussie geweest over niet alleen de manier waarop hij zijn artikelen schrijft, maar ook over zijn wetenschappelijke kwaliteiten. VU-econoom Pieter Gautier wees er bijvoorbeeld op dat Nijkamp dan wel veel publiceerde, maar dan vooral in tijdschriften 'waar je als wetenschapper je publicaties beter niet naartoe kunt sturen'. De Leidse hoogleraar Richard Gill wil zelfs een internationale discussie over Nijkamps vakgebied, de ruimtelijke economie. 

Is dat niet gênant voor de VU, die Nijkamp jarenlang als boegbeeld voerde? “De benoeming van universiteitshoogleraren gaat in de toekomst anders”, is het antwoord van Van der Duyn Schouten. “We willen dat niet meer op basis van iemands verleden doen, maar op basis van een tot de verbeelding sprekend project waar een hoogleraar zich de komende vijf jaar mee gaat bezighouden.”

Volstrekt ondeugdelijk

Nijkamp vindt de rapportage van de commissie-Zwemmer "volstrekt ondeugdelijk" en is blij met het voorbehoud waaronder het college van bestuur het rapport openbaar maakt. "Als het college dit onverkort zou hebben gesteund, hadden ze een rel gehad." Volgens hem gaat het in de 43 door Zwemmer aangemerkte gevallen van zelfplagiaat om "fictieve peanuts."

Nijkamp vindt dat de commissie zijn werk heeft beoordeeld aan de hand van een gedragsregel "die tot vorig jaar nog niet eens was vastgelegd. Het is een gotspe om een net aangepaste gedragscode met terugwerkende kracht op een artikel uit 1995 toe te passen."

Dat de commissie oppert dat ook in 1995 verondersteld kon worden dat je moest oppassen met zelfplagiaat irriteert Nijkamp evenzeer. "Een van de leden van de commissie, Jan Willem Gunning, heeft vorig jaar nog gezegd dat de regels ten aanzien van zelfplagiaat onduidelijk waren dus de commissie zit gewoon te liegen."

Nijkamp heeft een uitgebreide reactie op het rapport geschreven.

 

Peter Breedveld
hits 11618

{ Lees de 32 reacties }

Zelfplagiaat is geen wetenschapsfraude

Sinds januari plaagt ‘zelfplagiaat’ het geweten van de academie. Een nogal hijgerige perscampagne stelde het recent aan de kaak als alweer een vorm van wetenschapsfraude in een steeds troostelozer gecorrumpeerd academisch landschap. Dat is een misleidende voorstelling van zaken. De berichtgeving blijkt niettemin ook juridische auteurs te verontrusten. Die gewetenskriebels zijn echter meestal onterecht.
‘Zelfplagiaat’ bestaat niet

Wie op eigen naam eigen tekst publiceert, pleegt geen plagiaat. De term ‘zelfplagiaat’ is een contradictio in terminis. Het is een woordvondst die in een serieus debat vermeden moet worden. Omdat plagiaat een academische hoofdzonde is, werkt de term zelfplagiaat uiterst incriminerend. Zij vervuilt het debat over een verschijnsel dat niets te maken heeft met tekstdiefstal. Het door schrijvers aangehaalde COPE Protocol (Committee on Publication Ethics) spreekt dan ook niet van ‘zelfplagiaat’ maar redundant (duplicate) publication.

Anders dan bij plagiaat is bij een duplicate publication niet (alleen) de afwezigheid van bronvermelding het probleem, maar om te beginnen de overtolligheid van de meervoudige publicatie. Bronvermelding alleen biedt daartegen geen soelaas. Het gaat om een fundamenteel ander probleem.
Belangen van uitgevers en universiteiten

Het Protocol van COPE is opgesteld door editors en uitgevers. Uitgevers en tijdschriften hebben belang bij de exclusiviteit van de door hen gepubliceerde informatie. Dat maakt een schending van dat belang nog geen wetenschapsfraude. Als tijdschriften zoals onder meer het International Journal for Business and Globalisation ‘double submission’ gelijk stellen aan plagiaat, is dat humbug. Er kan wel sprake zijn van een schending van de zorgvuldigheid die de auteur tegenover de uitgever betaamt. Hoe belangrijk dat ook is als verbintenisrechtelijke verplichting, het betreft iets anders dan wetenschappelijke integriteit in eigenlijke zin.

Ook universitaire werkgevers kunnen transparantie omtrent meervoudige publicatie op prijs stellen. Dat kan voortvloeien uit de meetdrift van hen die de kwantiteit van output een graadmeter achten voor de kwaliteit. Die voelen zich gefopt als hetzelfde product twee keer meetelt. Maar ook dat maakt meervoudig publiceren nog lang geen wetenschappelijk wangedrag. Het heeft daar niets mee te maken. Het betreft een intern voorschrift van de werkgever, niet meer en niet minder dan dat.
Geoorloofde meervoudige publicatie

De beschuldiging van wetenschapsfraude zit met name ernaast bij het hergebruik van fragmenten. Als dezelfde elementen in meer publicaties aan de orde komen is hergebruik geoorloofd en praktisch. Ook van langere fragmenten. Waarom zou een auteur geen bouwsteen van eigen hand mogen hergebruiken? De beoordeling of gedeeltelijk hergebruik overtollig is, vergt derhalve omzichtigheid. De richtlijnen van COPE doen recht aan die omzichtigheid. In het geval van minor overlap (‘salami publishing with some element of redundancy’) kan de redactie haar ‘teleurstelling’ uitspreken, maar zij kan er ook mee volstaan in ‘neutral terms’ haar beleid uit te leggen. Zorgvuldige zelfverwijzing verhoogt wel de kwaliteit van een stuk. Het nalaten daarvan kan die kwaliteit verlagen. Maar dat rechtvaardigt nog niet de overspannen conclusie dat dit nalaten tot ‘fraude’ voert.

Meervoudige publicatie van een volledig stuk is evenmin per definitie een duistere praktijk. Als zij een relevant nieuw publiek bereikt dient zij slechts de verspreiding van kennis. Dat kan niet alleen gelden voor een vertaling, maar ook voor meervoudige publicatie in dezelfde taal. Soms is er een ruime, heterogene informatiemarkt die de actuele ontwikkelingen en inzichten in een wetenschapsgebied beschrijft. Bijdragen voor die markt, die weliswaar wetenschappelijk van aard zijn maar noch exclusiviteit pretenderen noch verslag doen van eigen grensverleggend onderzoek, mogen meerdere tijdschriften bedienen.
Onzorgvuldige meervoudige publicatie

In sommige gevallen is meervoudig publiceren wél wetenschappelijk onzorgvuldig. Integrale herpublicatie van hetzelfde artikel op overlappende markten is overbodig en vervuilt de publicatiekanalen. Maar het blijft een lichte vorm van wangedrag vergeleken met eigenlijk plagiaat. Het blijft immers eigen werk. Dat geldt zelfs in de veel bedenkelijker gevallen waarin sprake is van kennelijke opzet tot misleiding, doordat bijvoorbeeld hetzelfde stuk een tweede keer onder een andere titel verschijnt.
De keerzijde van de criminalisering van ‘zelfplagiaat’

Er is breed uitgepakt over de plagen die ‘zelfplagiaat’ zou ontketenen. Het maakt de wetenschappelijke literatuur onoverzichtelijk, het vertekent het beeld van iemands productiviteit, het levert oneerlijk voordeel op, het ondermijnt vertrouwen. Laat ik ook op de keerzijde wijzen. De bijna hysterische opwinding over – dikwijls onbeduidend – partieel ‘zelfplagiaat’ drijft tot overdreven administratief formalisme in de wetenschap. Het resulteert in een potsierlijke praalstoet met zelfverwijzingen die niet meer dan de kleinste bagatelbetekenis hebben. Wetenschappers die dat schuwen moeten veel tijd gaan besteden aan moeizame herformuleringen. Close readers gaan vervolgens puzzelen wat de auteur met die subtiel afwijkende nieuwe formulering beoogt te zeggen – terwijl hij alleen maar hetzelfde wil zeggen. Alle tijd die in deze klucht geïnvesteerd wordt is een verkwisting van publiek geld. De puriteinen van het ‘zelfplagiaat’ bewijzen de wetenschap een slechte dienst.

http://njb.nl/blog/zelfplagiaat-is-geen-wetenschapsfraude.11799.lynkx

Prof. mr. A.A. Quaedvlieg is hoogleraar privaatrecht en auteursrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Dit artikel verschijnt in NJB 2014/676, afl. 13, p. 853 e.v..

Dit artikel heeft mijn ogen direcr geopend uit te kijken voor die NN-clan daar..........

Sano, lees het rapport van NN. Het gaat over wetenschappelijke kwaliteit, niet over wetenschappelijke integriteit. Het was de ombudsman van de VU die voor het eerst het woord "zelfplagiaat" invoerde.

@Sano: ik ben het met je eens dat zelfplagiaat geen wetenschapsfraude is. Echter, het raakt er wel aan. Vandaar dat het door de Commissie Zwemmer wordt bestempeld als dubieuze onderzoekspraktijk. Hiermee onderscheidt het zich van fouten en slordigheden, waarbij geen opzet in het spel is. Hiermee ligt Nijkamp op het vierpuntsschaaltje van wetenschappelijk wangedrag, als opgesteld door Kees Schuyt, op de derde tree, slechts een enkel stapje verwijderd van 'schending van de integriteit'.

Echter, zelfplagiaat betreft maar een deel van de Nijkamp Affidavit, i.e. het rapport van NN. De suggestie van datafraude, nog in onderzoek, betreft wel degelijk harde fraude. Alleen al de weigering van Nijkamp om onderzoeksgegevens openbaar te maken, valt mijns inziens duidelijk onder dubieuze onderzoekspraktijk.

Tenslotte, voor iemand die een grote mond opentrekt over anonieme bijdragen, zou het Sano sieren als hij hier onder zijn eigen naam commentaar leverde.

Gezien de recente aandacht voor vraagstukken omtrent wetenschappelijke integriteit, lijkt het me een goed idee gevallen als Nijkamp aandacht te geven in het wikipedia lemma van de verantwoordelijke universiteit. Gevallen van wetenschappelijk wangedrag, en de manier waarop een universiteit hier mee omgaat, schetsen een beeld van een universiteit, net zoals een ronkend overzicht van prijswinnaars een beeld kan geven.

Weliswaar is Wikipedia geneigd dergelijke bijdragen te weigeren, zijnde in strijd met hun Neutral Point Of View beleid, maar de tijd dat universiteiten een onaantastbaar bolwerk waren van in graniet gebeitelde integriteit, ligt al enige tijd achter ons. Het aan de kaak stellen van fraude getuigt evenzeer van neutraliteit als het omhoog steken van een Spinozaprijswinnaar...

Goed, Peter Nijkamp (zie mijn eerdere posting over zijn verweer) had dus niet door dat QRP al lange tijd een gangbare term is. Een simpele zoekopdracht via Google scholar levert bovendien al een hele rij hits op.
.
Daarnaast heeft Peter Nijkamp (zie zijn verweer) ook niet door twee entiteiten verantwoordelijkheid dragen voor een wetenschappelijke publicatie: de auteur(s) en de affilatie(s) (in dit geval VU). Zijn uithaal naar de Commissie Zwemmer cq de VU dat nooit onderzoek uitgevoerd had mogen worden naar publicaties waarbij ook zijn overleden collega bij staat, slaat kant noch wal.
.
Het gaat (neem ik aan) in alle gevallen om publicaties met een VU afflilatie en de VU is (en blijft!) daar dus ook verantwoordelijk voor. Het is een soort van kwaliteitsetiket aan een wetenschappelijk artikel als er een Nederlandse universiteit (in dit geval de VU) als affiliatie bijstaat.

zak van Langevelde: cie. Zwemmer? Geen IE expert en dit was zijn 1ste cie. job.........?

Ach ja....., natuurlijk.......je bent een van de NN-clan (de lezers hebben dat nu ook wel door en daar ook hoor .....).

Lezers vergeet vooral niet ......: "Dat is een volstrekt misleidende voorstelling van zaken van NN-clan + Bill " ........... NN-clan is incriminerend bezig.... .......... (in het begin had ik nog mijn twijfels en echt medelijden met NN... , maar nu ......WOW .... super link die groep!!)

http://njb.nl/blog/zelfplagiaat-is-geen-wetenschapsfraude.11799.lynkx

Vergeet ook niet: "KNAW: Zelfplagiaat is misleidende term"

http://www.foliaweb.nl/wetenschap/knaw-zelfplagiaat-is-misleidende-term/

https://www.knaw.nl/en/news/publications/correct-citation-practice?set_l...

Er is nog veel meer dat duidelijk aangeeft dat NN en handlangers met slechte intenties bezig zijn ........................ ze zijn dag en nach bezig en ook erg actief aan het werk hier om NIJKAMP-camp te bewchdigen, ik heb genoeg gezien nu daar.....

lees:
https://www.knaw.nl/nl/adviezen/adviezen-en-verkenningen/recent-afgerond...

Wat we niet moeten vergeten is dat het in het werk van Nijkamp niet om normaal, aanvaardbaar, zelfplagiaat gaat. De commissie Zwemmer heeft rekening gehouden met het KNAW advies, en geoordeeld dat het in het oeuvre van Nijkamp alle perken te buiten gaat. Het gaat hier om vormen van zelfplagiaat waarvan volgens de commissie ook voor de introductie van de huidige regelgeving al algemeen aanvaard was dat het niet toelaatbaar was. Met auteursrecht heeft de hele discussie niets te maken, het gaat hier om de vraag wat wetenschappelijk aanvaardbaar is.

Als je inhoudelijk naar het zelfplagiaat kijkt blijkt vaak dat op een vrij willekeurige manier tekst is gekopieerd uit artikelen over (meestal) enigszins gerelateerde onderwerpen. Die teksten zijn dan zonder rekening te houden met verhaallijn of het specifieke onderwerp van een studie aan elkaar geplakt. Daardoor ontstaan verhalen die kant nog wal raken, en vaak lastig te volgen zijn (zie mijn analyse naar hoofdstuk 6 en 7 uit het vorige proefschrift voor een gedetailleerde uitwerking). Naast het ontbreken van een rode draad in de tekst kenmerkt het taalgebruik van Nijkamp zich vaak door ingewikkelde zinsconstructies en een wollige manier van schrijven. Dit alles zorgt er voor dat je een zin vaak twee keer moet lezen voordat duidelijk wordt wat er staat, en dat het nergens op slaat. Ik denk dat veel lezers het daardoor al snel hebben opgegeven, en door de tekst zijn gescand zonder echt goed te lezen wat er staat. Ze hebben denk ik veelal wel gezien dat het ze geen sterk verhaal aan het lezen waren, maar misschien de volle omvang van de problemen niet opgemerkt. Of ze hebben het niet willen opmerken.

Gisteravond nog eens in alle rust het rapport van de Commissie Zwemmer doorgelezen. Volgens mij is het een goed en goed afgewogen advies. De methodiek en de selectiectiteria (etc.) wordt helder uit de doeken gedaan, op twijfelgevallen is niet ingegaan en handmatig zijn alle uitkomsten (= de overlappende passages) zijn handmatig door de leden van de Commissie gecontroleerd "of en zo ja welke wijze van verwijzing aanwezig was en beoordeeld of deze verwijzing al dan niet adequaat was." Ik denk zelfs dat het onderzoek van de Commissie Zwemmer goed genoeg is om omgebouwd te worden tot een Engelstalige publicatie voor een wetenschappelijk tijdschrift.
.
"Is dat niet gênant voor de VU, die Nijkamp jarenlang als boegbeeld voerde? “De benoeming van universiteitshoogleraren gaat in de toekomst anders”, is het antwoord van Van der Duyn Schouten." staat in dit nieuwsbericht van Peter Breedveld.
.
Opnieuw is het boeiend om tussen de regels door te lezen. "Meneer Nijkamp, daar is de achterdeur van de VU en veel succes met het kweken van petunia's". In andere gevallen zou via de voordeur afscheid worden genomen van een universiteitshoogleraar, via een (groot) afscheidssymposium (vaak ook gevolgd door een special issue van een wetenschappelijk tijdschrift met een bundeling van de voordrachten, etc), via het aanbieden van een liber amicorum (etc.). Dat zal nu niet gebeuren. En zeker niet na het weerwoord van Peter Nijkamp waar hij wild om zich heen slaat en iedereen de schuld geeft.
.
NN, ik heb een aantal van de stukken van Peter Nijkamp / Karima Kourtit redelijk gelezen (een aantal zelfs helemaal) en ben het volkomen met u eens. 'Gezwatel' is de beste omschrijving. Ter vergelijking heb ik een paar dagen geleden nog even wat gekeken in enkele publicaties met Erik Verhoef (het afdelingshoofd van Ruimtelijke Economie) als auteur (versies die op zijn profiel op ResearchGate staan). Dat zijn artikelen over verkeer / vervoer (etc.). Niet mijn vakgebied, maar de summary begrijp ik meteen. Het eerste deel van de inleiding is altijd zinvol en to the point en het onderdeel 'methoden' (vaak met uitgebreide aandacht voor de modellen en alle mitsen en maren) ziet er voor een relatieve leek prima / gedegen uit. Ik begrijp dus een heleboel achtergronden niet, maar ik kan wel zien dat de aanpak van Erik Verhoef en zijn mede-auteurs totaal anders is dan de aanpak van Peter Nijkamp & co. Alleen dus al via het grof lezen op wat hoofdlijnen krijg je snel door dat deze publicaties met Erik Verhoef er prima uitzien, terwijl het bij de publicaties van Peter Nijkamp om 'gezwatel' gaat (en soms schiet ik zelfs in de lach over de het buitengewoon lage niveau van de uitspraken / visies etc.).

De VU heeft een Engelse versie laten maken van het rapport van de Commissie Zwemmer (zie http://retractionwatch.com/wp-content/uploads/2015/03/Report-Zwemmer-Com... ) en van het bericht ('statement') op de site van de VU (zie http://retractionwatch.com/wp-content/uploads/2015/03/Executive-board-st... ). Peter Nijkamp heeft zijn weerwoord nog niet in het Engels vertaald.
.
Zie verder http://retractionwatch.com/2015/03/20/university-finds-dutch-economist-g...

Het is inderdaad niet fraai van het CvB van de VU om NN achteraf een trap na te geven, zeker omdat NN in ieder geval met betrekking tot zijn klacht over het vele knip- en plakwerk volkomen gelijk bleek te hebben ("“Wel kun je je afvragen of er geen sprake is van een persoonlijke heksenjacht, als iemand voor de derde keer een klacht indient tegen één persoon”, aldus Van der Duyn Schouten."). Een dergelijke reactie past niet bij de VU.
.
Er komt dus ook nog een rapport / conclusie over het vermoeden van NN dat er sprake is van datamanipulatie. En daarnaast is er nog de discussie over het niveau van de artikelen. Peter Nijkamp rept met geen woord over de opmerkingen van diverse economen (NN, Harrie Verbon, zie http://harrieverbon.blogspot.nl/) over het beroerde / lage niveau van veel recent werk van Peter Nijkamp.
.
Een PDF van het 'cyber-tools artikel' ( http://www.inderscience.com/info/inarticle.php?artid=41961 ) staat op http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/23881/rm%202011-30.pdf?sequ...
.
De summary van het de versie "Research Memorandum 2011-30" is gelijk aan de versie die in het IJSD staat en de eerste twee zinnen van de inleiding zijn ook identiek. Ik krijg het idee dat er hooguit een paar punten en komma's zijn veranderd.
.
De eerste zin luidt: "In our open world, we observe an increasing competition between cities (or urban areas) in terms of economic performance, innovativeness, vitality, creativity or familiarity."
.
De tweede zin luidt: "There is an avalanche of indicator lists that aim to describe the relative ranking or rating of cities, by using growth indicators, wealth indicators, labour market indicators, foreign direct investment indicators, educational indicators, attractiveness indicators and the like."
.
Bij beide zinnen staan geen bronnen / referenties. Als ik als referent dit zou moeten beoordelen, zou ik misschien wel tien opmerkingen hebben bij alleen al deze eerste twee zinnen. Misschien zou ik er uiteindelijk wel een dikke rode treep doorzetten.
.
Wat is eigenlijk het niveau van dit artikel? Enige tijd geleden was er een flinke discussie over het niveau van de afstudeerscripties van diverse HBO opleidingen. Commissies hebben een tijdje geleden gekeken naar het niveau van deze afstudeerscripties (gewoon een hele stapel opgevraagd en bekeken). Wat zou het oordeel van die commissie zijn als dit artikel als afstudeerscriptie tussen de stapel zou liggen?
.
Soms kreeg ik bij het doorlezen van het cyber-tool artikel de indruk dat ik informatie / zinnen uit reclamefolders voor toeristische bestemmingen (o.i.d.) aan het lezen was. Dat kan toch niet waar zijn?

Pagina's

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties