25 november – We willen een beter sociaal beleid. Dat bepleitten personeelsleden van de faculteit Exacte Wetenschappen en het Onderwijscentrum donderdagochtend bij collegelid Bernadette Langius.
Door reorganisaties dreigen bij exacte wetenschappen zo’n vijftien mensen ontslagen te worden en bij het onderwijscentrum vijf. De vakbonden willen voor deze mensen een ruimere regeling dan in de cao is afgesproken. Maar het college van bestuur wil niet op de wensen van bonden ingaan.
De wensen zijn onder meer een inkomensgarantie bij aanvaarden van een andere baan aan de VU, een betere financiële compensatie bij vrijwillig vertrek of vervroegde pensionering en ruimere bijscholingsmogelijkheden.
Bij Exacte Wetenschappen en het Onderwijscentrum zijn handtekenlijsten rondgegaan om deze wensen kracht bij te zetten. Ruim honderdzestig mensen tekenden de petitie.
Een delegatie van het personeel overhandigde de handtekeningen donderdagochtend aan collegelid Bernadette Langius. Die nodigde de vakbonden uit opnieuw te komen praten en sprak de hoop uit dat er wel een gezamenlijk sociaal akkoord komt voor de met ontslag bedreigde medewerkers.
Mark Peters van de vakbond Abvakabo benadrukte dat het bereiken van een akkoord extra belangrijk is nu de VU aan de vooravond staat van ongekend grote reorganisaties. Hij wees er op dat het bestuur van de universiteit zelf ook belang heeft bij een akkoord. “Als ze voor alle mensen die in de nabije toekomst hun baan dreigen te verliezen per geval individuele afspraken moeten maken zijn ze een eeuwigheid bezig. Dat kan personeelszaken helemaal niet aan. (DdH)
Bijlage uit nieuwsbrief gezamenlijke vakbonden
Verschillen tussen werknemersorganisaties (wno’s) en werkgever (VU)
• Salarisgarantie
Wanneer een medewerker t.g.v. reorganisatie een andere passende functie accepteert om gedwongen ontslag te voorkomen en die functie is lager ingeschaald dan de oorspronkelijke, dan zijn wno’s van mening dat de mogelijke uitloop in de salarisschaal van de oorspronkelijke functie moet worden gecompenseerd. In de publieke sector is het zeer gebruikelijk om een dergelijke salarisgarantie te geven, de VU weigert deze afspraak te maken.
• Compensatie voortijdige pensionering
Wanneer oudere medewerkers bereid zijn om eerder met pensioen te gaan zodat hun werkplek beschikbaar komt voor een jongere collega, dan ondervinden zij daar substantieel nadeel van. Een gedeeltelijke compensatie daarvan is niet minder dan eerlijk. Wno’s willen dat de nog te betalen pensioenpremie voor rekening van de werkgever komt en dat een gedeelte van de zogenaamde ‘doorwerkpremie’ wordt gecompenseerd. De betreffende oudere medewerker loopt immers een groot financieel voordeel mis als hij die premie niet ontvangt. De door de VU voorgestelde regeling stelt nu te weinig voor en helpt dus niet het boventalligheidsprobleem op te lossen.
• Periode voor scholing om boventallige geschikt te maken voor nieuwe functie
Werkgevers notities staan vol van mooie plannen om medewerkers te scholen, te ondersteunen bij een goed vervolg van hun carrière. Als vastgesteld is dat een boventallige medewerker nog niet geschikt is voor een nieuwe functie, maar dat wel in (bijvoorbeeld) 8 maanden kan bereiken door bij- of omscholing, dan vindt de VU dat te lang duren. Men wil een uiterste grens van maximaal 6 maanden. De wno’s vinden dit veel te karig.
• Vertrekregeling
Een boventallige medewerker die zelf vertrekt en daardoor het boventalligheidsprobleem helpt oplossen, krijgt bij reorganisaties vrijwel altijd een financiële compensatie. Voor zo’n vertrekregeling vinden wno’s een aantal maanden salaris van 15 redelijk. Zeker omdat vaak sprake is van lange dienstverbanden en relatief hogere leeftijden. Uw werkgever wil niet verder gaan dan een maximum van 12 maanden. Ook dit vinden wno’s te karig.
• Tijdelijke medewerkers
Steeds vaker worden medewerkers slechts tijdelijk aangesteld. Dat leidt tot een toenemende (rechts)onzekerheid voor betrokkenen. Ook zaken als gezinsopbouw, aanvragen hypotheek enz. enz. komen daardoor in de knel. Ook bij de VU krijgen steeds meer mensen slechts tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Mede om die reden vinden de wno’s het niet meer van deze tijd om tijdelijke medewerkers niet onder de werking van een Sociaal Plan te laten vallen. De VU wil afspraken voor tijdelijke medewerkers maar op een zeer beperkt aantal onderdelen maken. Wno’s vinden de voorstellen van de VU op dit gebied veel te beperkt.
• Mobiliteitsondersteuning, begeleiding van werk naar werk
Wno’s hebben diverse maatwerkafspraken voorgesteld, waardoor medewerkers beter van werk naar werk begeleid kunnen worden. Dat kan zijn een detacheringsconstructie, maar ook een afspraak dat men recht kan hebben op een restant herplaatsingstraject als een nieuwe baan buiten schuld van de medewerker voortijdig wordt beëindigd. Dat kan ook zijn het opschuiven van de ontslagdatum bij moeilijk bemiddelbare medewerkers of een meer uitgebreide ondersteuning bij de start van een eigen bedrijf, enz. De VU wilde hier over geen afspraken maken die voor de werkgever bindend zijn. Bij die zogenaamde ‘kan’ in plaats van ‘zal’ bepalingen is de medewerker te afhankelijk van de werkgever en kan dus in onvoldoende mate via maatwerk de kansen op ander werk vergroten. Wno’s vinden dat ook hier de VU de met ontslag bedreigde medewerkers meer tegemoet had moeten komen in Sociaal Plan afspraken.
 |