28 januari 2019

Mannenquotum bij psychologie

It’s a man’s world” hoor je nog weleens op de universiteit. Maar als ik tijdens mijn colleges de zaal inkijk, moet ik veel moeite doen om een man te ontdekken. Psychologie is een vrouwenstudie, bijna 80 procent van de studenten is vrouw. Niemand lijkt zich daar zorgen om te maken, maar het is een slechte ontwikkeling. We doen als universiteit en maatschappij terecht veel moeite om meer vrouwen naar de bètawetenschappen te lokken. Maar recent onderzoek laat zien dat deze inspanningen weinig impact hebben. Psychologen vergeleken het percentage vrouwelijke studenten in de bètawetenschappen in 67 landen en trokken een opmerkelijke conclusie. Hoe hoger een land scoort op seksegelijkheid, des te kleiner het aandeel vrouwen in de bètawetenschappen. De verklaring voor deze ‘gendergelijkheidsparadox’ ligt volgens het onderzoek aan de grotere welvaart in landen met meer seksegelijkheid. Daardoor ervaren vrouwen minder economische noodzaak om een studie met goede economische vooruitzichten te doen (zoals techniek) en kiezen ze een opleiding die ze inhoudelijk het interessantst vinden. Psychologie bijvoorbeeld. Deze verklaring wordt ondersteund door onderzoek naar sekseverschillen in interesse. Vrouwen hebben gemiddeld een sterkere voorkeur voor beroepen die om menselijke relaties draaien: zorg of onderwijs. Waarom zou het goed zijn dat meer mannen psychologie studeren? Mannen doen het op allerlei criteria gemiddeld een stuk slechter dan vrouwen, denk aan lichamelijke gezondheid, verslaving, studie-uitval, zelfdoding en geweld.

De Amerikaanse psychologenvereniging publiceerde onlangs richtlijnen om specifieke mannenproblematiek beter te herkennen. Zij wezen vooral op het gevaar van toxische mannelijkheid, typisch mannelijke eigenschappen als agressie, dominantie en machogedrag die nadelig zouden zijn voor zichzelf en de maatschappij. Ik juich dit initiatief toe, mits er ook genoeg oog is voor positieve mannelijke eigenschappen als zelfcontrole, competitiedrang, vastberadenheid, zelfvertrouwen en hoffelijkheid. Om jongens die worstelen met hun masculiene identiteit te kunnen helpen, zouden ze het vak psychologie moeten opnemen in het middelbareschoolcurriculum. Een mannenquotum van 40 procent voor psychologie aan de VU zie ik ook wel zitten. Dan moeten we psychologie wel aantrekkelijker maken voor de gemiddelde man, dus meer nadruk leggen op de technische kanten ervan, zoals de neurowetenschap, HRM-analytics en psychometrie.  

hits 111

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.