05 december 2018

Blabla

Afgelopen weekend wilde ik naar Parijs. De treintickets waren onbetaalbaar en vliegen doe ik liever niet, dus ik ging op zoek naar een blabla-car. De enige beschikbare retourrit was er een met twee vriendinnen. Aangezien ik niet zoveel vrouwelijke vrienden heb en ook nooit echt heb gehad, twijfelde ik even over die zeven uur in de auto. Maar Parijs lonkte, dus ik boekte.

Het eerste gesprek dat ik met de vrouwen heb, laat ik ze D. en N. noemen, gaat over botox onder je oksels spuiten, zodat je niet meer zweet. “Ik haat zweet”, zegt N. “Vind ik zo vies.” Dit wordt een lange rit, denk ik.

Maar na anderhalf uur keuvelen komt de loonkloof ter sprake. N. is om die reden bij haar werk weggegaan. “Hij geeft er geen reet om”, zegt ze over haar baas, “Ik heb het zo vaak aangekaart. Dan zei hij: als je kinderen wilt, vind je het fijn dat je niet zo veel verantwoordelijkheden hebt. Toen dacht ik: zak er maar in.” D. heeft net bij onderhandelingen voor een nieuwe baan gezegd dat ze vindt dat ze op basis van ervaring en opleidingsniveau meer zou moeten verdienen dan haar is aangeboden. “Daar schrokken ze echt van”, zegt ze. “Ze zeiden: dat zijn we niet van vrouwen gewend.”

De zeven uur vliegen voorbij. Op Gare du Nord zetten ze me af. “Of moeten we je even naar je adres rijden?” vraagt D. “Nee joh”, zeg ik, we kussen elkaar gedag, “ik vind het lopen lekker. Tot zondag!”

De (mannelijke) vriend die ik bezoek heeft beloofd me tegemoet te lopen op de lange Rue du Faubourg Saint-Denis. Ik ben moe van de lange rit, staar een beetje tl-verlichte etalages in. De vriend denkt een leuk grapje uit te halen: hij ziet me aankomen en verstopt zich in een mensenmassa. Als hij me passeert, ik nog steeds starend naar die winkelramen, knijpt hij in het voorbijgaan in mijn kont.

Ik voel iemand knijpen en één gedachte schiet door me heen: negeren. Dus ik loop door. Door deze flauwe reactie laat de vriend zich niet uit het veld slaan. Hij haalt hetzelfde grapje uit, dit keer door me van achter te besluipen en met allebei zijn handen mijn kont goed vast te grijpen en zich tegen me aan te drukken. Ik word misselijk, de gedachte dat ik word aangevallen, flitst door me heen. Ik moet om hulp roepen, ik draai me om en ik zie hem: mijn grijnzende vriend die zich van geen kwaad bewust is. “Had je niet door dat er iemand aan je zat?” vraagt hij, stralend om zijn eigen grapje. “Jawel”, zeg ik, “maar als dat gebeurt, negeer ik het altijd.”

Twee dagen later ontmoet ik de blabla-vrouwen weer op Gare du Nord. Ik haal het incident met mijn vriend aan. Ongelooflijk, vindt D., dat je het in je hoofd haalt om een vrouw alleen ’s avonds laat in een stad die ze niet kent op een straat die bekendstaat als gevaarlijk voor de grap op een manier te benaderen die als zo bedreigend kan worden ervaren en je je van geen kwaad bewust bent.

Terwijl we ervaringen delen en naar elkaar luisteren, voel ik me heel fijn en veilig in die kleine grijze auto. We luisteren naar Survivor van Destiny’s Child. Terwijl ik meezing, neem ik me voor meer te investeren in mijn vrouwenvriendschappen.

Ter hoogte van België worden we ingehaald door een busje. De mannen in het busje toeteren, maken likgebaren door de ramen heen, roepen iets. “Negeren, jongens”, zegt D. Dat had ze niet hoeven zeggen. We zijn niet anders gewend.

hits 188

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.