Zo schijnt het licht naar binnen

16 oktober 2014

Zo schijnt het licht naar binnen

Plons! Daar gaat Fred. Hij blijft niet goed drijven en kantelt. Zijn hoge hoed maakt hem topzwaar. Ik pak hem op en zet hem weer naast Ginger. De eendjes kijken me vanaf de rand aan, geflankeerd door body lotion (met shea butter) en badolie (met organische bamboe).
Ik sluit mijn ogen en denk aan een citaat uit Beautiful losers van Leonard Cohen:
How can I begin anything new with all of yesterday in me?
Maandagmorgen, dinsdagmorgen, woensdagmorgen.
Vergeten en opnieuw beginnen.
Ik verbeeld me hoe het verleden met het badwater zal worden weggespoeld.

Nog een uur voor mijn afspraak met de meneer van de uitgeverij.
Ik kleed me aan. Geen stropdas, hij is geen pakkenman. Wel een overhemd. Paars.
Wat zal ik tegen hem zeggen? GEEF MIJN BOEK UIT, NU
Dat dus niet. Het is een ‘oriënterend’ gesprek. Hij kan me tips geven, me meer vertellen over de uitgeverswereld.
Maar hoe pak ik het aan? IK SCHRIJF VERDORIE NIET VOOR DE BUREAULA
Misschien moet ik het manuscript alvast meenemen?
Wacht. We hebben een gemeenschappelijke vriend, de uitgever en ik.
Hadden.
Een knotsgekke dichter en schrijver die vorig jaar helaas is overleden. We zouden eerst over hem kunnen babbelen. Zo goudeerlijk, ontwapenend en origineel kom je ze niet meer tegen! Een nicht als een paard en altijd strak in het pak. Blijmoedig struikelend ging hij door het leven. Vlak voor zijn dood heeft hij het manuscript nog geredigeerd van mijn eerste roman. Maar zijn gekrabbel in de kantlijn kan ik nauwelijks aanzien. Vrienden zouden niet dood moeten gaan. Hij zal ook op de passage zijn gestuit die geïnspireerd is op de dood van zijn geliefde. Een heterojongen met wie hij jaren een bijna symbiotische relatie had. Een triest geval. De jongen leed aan zware depressies. Meerdere malen probeerde hij zich van het leven te beroven. Iedere keer wist men hem op het nippertje te redden. Maar die laatste keer was hij ze te slim af. Een overdosis pillen werd hem fataal. 

We hebben een gemeenschappelijke vriend,
de uitgever en ik. Hadden.

Ze hadden zijn gezicht opzichtig geschminkt om zijn lijkkleur te verbloemen. Hij leek wel een dode clown. Viel het dan niemand op? Zijn bedroefde vriend wierp het laatste gedicht dat hij voor hem had geschreven in de kist. Even ontroerend en schrijnend was het toen ik hem eerder in het ziekenhuis bezocht. Hij lag in coma en werd kunstmatig in leven gehouden. Zijn hersenen waren al dermate beschadigd dat er geen hoop meer was. De vriendin van de jongen zat in een hoek aan de andere kant van het bed, tegenover ons. Een bloedmooie meid met een amberkleurige huid. Ze keek ons vijandig aan terwijl de vriend zijn dierbare kameraad liefkoosde. Hij pakte mijn hand en legde hem op de buik van zijn geliefde. ‘Streel hem maar, voel hoe zacht zijn huid is’, zei hij.  Op het tafeltje naast het bed lag een aangebroken pizza.

Ik herinner het me allemaal en voel de butsen en scheuren. Wederom citeer ik Leonard Cohen:
There is a crack in everything.
That's how the light gets in.
Ik pak mijn jas en ga met mijn manuscript op weg.

hits 2835

{ Lees de 2 reacties }

Vage shit ouwe. Geen idee wat je boodschap is. Is dat niet de bedoeling van een column?

Beste Ralph, dank voor je reactie. Voor de bedoeling van mijn columns hoef je gelukkig niet zoveel moeite te doen! Het staat in de rechter kantlijn: 'schrijft over zijn zoektocht naar een nieuwe baan, én naar een uitgever voor zijn romans'. Elke column is een persoonlijke weerslag van die zoektocht. In deze column zijn het de momenten voordat ik met mijn manuscript naar de uitgever ga. Vriendelijke groet, Gaby den Held

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties