Nach Hause

14 november 2014

Nach Hause

“Geh nach Hause!”
Verbaasd kijken we de vrouw aan. Een soort tante Sidonia met grijsbruin piekhaar, donkere halflange rok en een vormeloze grijze jas.
"Wo kommst du her?" had ze ons eerder gevraagd.
“Die Niederlande.”
Je hebt mensen die altijd vriendelijk ogen. Al koken ze van woede. En dan, plotseling springt hun verholen agressie als een dolle hond tevoorschijn en blaft je recht in het gezicht.
Waarom is Sidonia zo boos?
Gedrieën staan we op het pleintje voor de kerk van een pittoresk dorpje in de Duitse Pfalz, tegenover de woning van mevrouw. De zachtgeel gepleisterde muren met roodbruin houtwerk harmoniëren prachtig bij de herfstige bladeren van de beukenbomen. Een foto waard. Ze keek net door het raam toen ik haar huis op de gevoelige plaat vastlegde.
“Warum fotografieren Sie?" Sie hätten um Erlaubnis fragen müssen!”
“Ach, dat mens is gestoord”, zegt mijn levensgezel, terwijl we even later door het met gouden wijnranken getooide heuvelland lopen waar al sinds de Romeinse tijd wijn wordt verbouwd.
“Nach Hause…”, zeg ik mijmerend, “daar gaan we overmorgen heen. Het is gek, maar naar huis gaan of op reis zijn voelt nu anders dan voorheen.”
"Hoezo anders?"

'Het is gek, maar op reis zijn of naar huis gaan
voelt nu anders dan voorheen'

"Jij gaat na de vakantie weer naar je werk. Ik ben thuis. Dàt is anders. Stel, een voorbijganger vraagt ons wie wij zijn. Ik zou daar nu geen eenduidig antwoord op kunnen geven. Want wij zijn ons werk.”
“Ah, ik begrijp het. En wat als we allemaal een basisinkomen zouden hebben? In mijn studententijd was dat nogal een issue, maar de discussie hierover steekt nu weer de kop op. Eén van de argumenten voor de invoering daarvan is dat je maatschappelijke status en je eigenwaarde teveel afhangt van het werk dat je doet.”
“Dan gaat iedereen met z’n luie reet op de sofa liggen.”
“De godganse dag? Je leven lang? Ik zou blijven werken. Jij ook. Bovendien is zo’n inkomen geen vetpot.”
“Eerst nog werk vinden.”
We versnellen onze pas. We moeten door een donker bos voordat we het dorp bereiken waar we logeren. De zon gaat al bijna onder.
Ik wijs op de wijngaarden rondom ons. “Misschien zou ik wijn kunnen verbouwen.”
“Wijnboer? Jij? Je hebt nu niet bepaald groene vingers.”
“Maar ik heb wel verstand van wijn.”
“Ja, ervaringsdeskundige ben je zeker.”
"We naderen het einde van het bos. In de schemer zien we de contouren opdoemen van het dorp met de kasteelruïne op de heuvel. Dat wordt nog een hele klim. Maar boven wacht ons een beloning. Vlakbij ons appartement is een wijnproeverij.
“Kunnen we alvast oefenen.”
Mijn lief knipoogt.
“Guter Plan!” antwoord ik glimlachend.
Und wir gehen nicht nach Hause
Noch lange nicht, noch lange nicht. 

hits 4468

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties