Gesprek met een dinosaurus

14 april 2015

Gesprek met een dinosaurus

“Proost! Op je stageplaats”, zegt mijn lief en slaat zijn wijnglas tegen het mijne. We zitten naast elkaar op onze rode bank. Mijn laptop ligt in de hoek van de bank. Bijna middernacht, lees ik op het scherm.
“Morgen begin ik al. Een half jaar nadat ik ontslagbedreigd werd. Maar een stageplaats is nog geen baan.”
“Hoop doet leven.”
“Hopen doe je op de wc, zei mijn oma altijd. Maar je hebt gelijk. Zonder hoop was ik nooit aan een roman begonnen en had ik me zeker niet willen omscholen naar webredacteur.”
“In een half jaar is veel gebeurd. Waar stond je toen en waar sta je nu?”
“Toen deed ik stoer, maar voelde me verlamd. Stel je voor: achttien jaar een vaste baan bij de VU. Ik heb onderschat wat het verliezen van een baan met je identiteit kan doen.”
“Je identiteit?”
“Als mensen elkaar voor het eerst ontmoeten, is een van de eerste vragen: wat doe je? Ik was bibliothecaris. En nu wist ik niet meer wie ik was.”
“En ben je daar inmiddels wel achter?”
“Ik moest aan de leraar op mijn oude lagere school denken. Die zei: ooit zie ik jouw boek in de etalage liggen. Ik haalde altijd hoge cijfers voor mijn opstellen, maar vond dat zelf niets bijzonders. Ik zag het niet. Hij wel. Ik weet niet of hij nog leeft. Anders zou die voorspelling nog uitkomen ook. Als mensen nu zouden vragen wie ik ben, zou ik antwoorden: schrijver. En morgen ben ik stagiaire bij Naturalis.”

'Ik was bibliothecaris. En nu wist ik niet meer wie ik was'

Ik loop door de enorme hal met oerdieren. Ik voel me als een kind in een speeltuin. Dan blijf ik staan voor het reusachtige skelet van een Camarasaurus. Hij torent drie verdiepingen boven me uit. Het lijkt wel of hij me begroet. Verbeeld ik het me, of zie ik zijn kop bewegen? Ik hoor een schril geluid. “Ben jij nieuw hier?” vraagt de dinosaurus met een eigenaardig hoog stemgeluid.
Er zijn zoveel dingen gebeurd de laatste tijd, een pratende dinosaurus kan er ook nog wel bij, denk ik.
“Jawel”, bevestig ik. “Dit is mijn stage.”
“Als wat?”
“Als webredacteur.”
“Hm, webredacteur…” Hij herkauwt het woord. “Webredacteur.”
“Je lijkt me wel wat oud”, zegt hij dan. “Voor een stagiaire.”
“Oud? Moet jij nodig zeggen.”
“Sterker nog: ik ben uitgestorven.”
“Ik was bibliothecaris. Maar toen werd ik ontslagbedreigd en nu sta ik hier. Soms moet je vooruit. En soms krijg je een duw.”
“Ik wou dat ik ook een switch had gemaakt. Dan was ik misschien niet uitgestorven.”
“Wie weet. Soms blijf je ergens te lang zitten zonder je af te vragen of je nog wel op je plaats bent.”
Ik kijk om me heen. De ruimte is inmiddels leeg. Het is een hele tijd stil.
“Dinosaurussen en fossielen. Reuze interessant”, mijmer ik. “Maar je wilt er zelf niet eentje worden.”
Ik kijk weer omhoog.
“Oeps, sorry”, zeg ik.
De dinosaurus staat er weer onbeweeglijk bij. Doods en uitgestorven. Dan lijkt het wel alsof hij naar me knipoogt. 

hits 1924

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties